Wat is de betekenis van Delegeren?

2019
2022-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

delegeren

delegeren - Werkwoord 1. (ov) taken en verantwoordelijkheden doorgeven     ♢ Dat werd gedelegeerd naar een lagere ambtenaar. 2. afvaardigen, afgevaardigde laten zijn 3. je taak door iemand anders laten uitvoeren terwijl je zelf toch de eindverantwoordelijke blijft     ♢ De huisa...

Lees verder
2018
2022-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

delegeren

delegeren - regelmatig werkwoord uitspraak: de-le-ge-ren 1. iemand als vertegenwoordiger sturen ♢ we delegeerden Willem 2. het aan iemand anders overlaten ♢ de directeur delegeert veel werk aan...

Lees verder
2015
2022-12-04
Milou Jansen

Digital Communication Leadership

Delegeren

Delegeren is het behalen van resultaten door het overdragen van een taak aan een andere medewerker. Iemand anders voert de werkzaamheden uit en neemt de hierbij horende bevoegdheden en middelen over. De eindverantwoordelijkheid voor het resultaat wordt niet overgedragen. Vroeger werd delegeren beschouwd als het langs de hiërarchische ladder naar b...

Lees verder
2007
2022-12-04
Organisatie en Management

Een praktijkgerichte benadering van Organisatie & Management

Delegeren

Wanneer taken met de daarbij benodigde bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden overgedragen.

1993
2022-12-04
NIMA

Nima marketing lexicon

Delegeren

Overdracht van taken en de daarmee gepaard gaande bevoegdheden en verantwoordelijkheden door een hoger naar een lager niveau in de organisatie.

1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Delegeren

[ Lat.] (delegeerde, heeft gedelegeerd), 1. afvaardigen, met een volmacht afzenden; een gedelegeerde, een afgevaardigde of gevolmachtigde; gedelegeerd commissaris, een van de commissarissen, aangewezen tot het meer dagelijks toezicht, of tot het waarnemen van sommige functies van de raad van commissarissen (in België meestal genoemd afgevaardi...

Lees verder
1955
2022-12-04
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Delegeren

afzenden, afvaardigen; overdragen.

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Delegeren

(delegeerde, heeft gedelegeerd), (<Fr.Lat.), 1. afvaardigen, met een volmacht afzenden; — een gedelegeerde, een afgevaardigde of gevolmachtigde; een gedelegeerd commissaris, één der commissarissen, die aangewezen is tot het meer dagelijks toezicht, of tot het waarnemen van sommige functies van de raad van commis...

Lees verder
1948
2022-12-04
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

delegeren

1 afvaardigen; 2 overdragen (v. macht), overwijzen (een recht, schuld). deleman. m. tweewielig huurrijtuigje in Indonesië.

Lees verder
1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

delegeren

gedelegeerd (Fr. déléguer, Lat. delegare: afvaardigen met een bijzondere last; overdragen van een schuld van geld; overwijzen van een recht); lees deelegee'ren. (g=g).

1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

delegeren

(delegeerde, heeft gedelegeerd) [Fr. < Lat. delagare] 1. afvaardigen, afzenden. 2. een schuld overdragen.

Lees verder