Wat is de betekenis van deelbaar?

2019
2022-05-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

deelbaar

deelbaar - Bijvoeglijk naamwoord 1. dat iets in delen uit elkaar te halen is     ♢ Atomen zijn deelbaar, ontdekten volhardende fysici tweeënhalf millennium later. En in een wonderschoon samenspel van theorie en experimenten lieten zij zien hóe. 2. (van getallen) a is deelbaar door b indien in de for...

Lees verder
2018
2022-05-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

deelbaar

deelbaar - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: deel-baar 1. wat verdeeld kan worden ♢ een sinaasappel is heel goed deelbaar 2. wat door een ander getal gedeeld kan worden ♢ 21 is deelbaar door 7...

Lees verder
1973
2022-05-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Deelbaar

bn., 1. ge- of verdeeld kunnen worden: lichamen zijn deelbaar, kunnen in delen gesplitst worden; deelbare getallen, zonder rest gedeeld kunnende worden (e); 2. deelbare verbintenis, verbintenis die voor gedeeltelijke uitvoering vatbaar is (e). recht. Een verbintenis kan voor gedeeltelijke uitvoering vatbaar zijn, maar volgens de overeenkomst onde...

Lees verder
1952
2022-05-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Deelbaar

adj., dielber.

1950
2022-05-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Deelbaar

bn., 1. ge- of verdeeld kunnende worden : lichamen zijn deelbaar, kunnen in delen gesplitst worden; (rek.) deelbare getallen, zonder rest gedeeld kunnende worden: 24 is deelbaar door 6 ; 2. (recht.) deelbare verbintenis, welke voor gedeeltelijke uitvoering vatbaar is.

Lees verder
1937
2022-05-23
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

deelbaar

bn. (gedeeld kunnende worden inz.; 1 rekenk. v. getallen: ontbindbaar in factoren; 2 nat. splitsbaar in delen): 1 een - getal is 24; onderling -, als getallen alle eenzelfde deler hebben, b.v. 3; 2 de lichamen zijn -.

Lees verder
1933
2022-05-23
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Deelbaar

Deelbaar - Zijn de 2 geheele getallen (resp. veeltermen) a en b gegeven, en kan men een derde geheel getal (resp. veelterm) c zóó bepalen, dat a = b x c, dan heet a door b deelbaar.

1916
2022-05-23
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Deelbaar

Deelbaar. - Een rekenkundig geheel getal a heet deelbaar door een ander rekenkundig geheel getal b, wanneer het quotiënt a : b eveneens een geheel getal is, wanneer er dus een geheel getal bestaat, dat, met b vermenigvuldigd, a oplevert. Bijv. 30 is deelbaar door 5, omdat 30 : 5 = 6 of 5 x 6 = 30. Voor de kenmerken van deelbaarheid zie men bij de a...

Lees verder
1898
2022-05-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Deelbaar

DEELBAAR, bn. (rek.) zonder rest gedeeld kunnende worden: deelbare getallen; ‘t getal is deelbaar door zes; (nat.) de lichamen zijn deelbaar, kunnen in deelen gesplitst worden; — (recht.) deelbare verbintenis, welke voor gedeeltelijke uitvoering vatbaar is. DEELBAARHEID, v. de deelbaarheid der stof; (rek.) kenmerken van deelbaarheid.

Lees verder