Wat is de betekenis van Decorum?

2019
2022-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

decorum

decorum - Zelfstandignaamwoord 1. de uiterlijke waardigheid     ♢ Wij moesten ons decorum bewaren.

Lees verder
1994
2022-12-04
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Decorum

[Lat. = het passende] uiterlijke welvoeglijkheid, fatsoen.

1993
2022-12-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Decorum

uiterlijke waardigheid; fatsoen

1990
2022-12-04
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

decorum

decorum - Een kritisch begrip omtrent de harmonie tussen de delen van een beeldend kunstwerk, literatuur of theater, en de goede smaak in het verband van het werk met de externe realiteit.

1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Decorum

[Lat., het passende], o., uiterlijke goede maatschappelijke vormen, fatsoen: het decorum in acht nemen, bewaren; dat doet afbreuk aan het decorum.

1955
2022-12-04
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Decorum

o., fatsoen, welvoeglijkheid; het decorum bewaren: zijn fatsoen houden.

1954
2022-12-04
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Decorum

Lat. voor het welvoegelijk gedrag, het in acht houden der goede omgangsvormen. Decorumverlies komt als kenmerkend verschijnsel bij een aantal psychosen voor (o.a. dementia alcoholica en manie).

Lees verder
1952
2022-12-04
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Décorum

fatsoen, decorurum.

1951
2022-12-04
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

Decorum

welvoeglijkheid, betamelijkheid, fatsoen, decorum.

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Decorum

(Lat.), o., uiterlijke waardigheid, al wat welstaat: het decorum in acht nemen, bewaren, zijn fatsoen ophouden.

1949
2022-12-04
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Decorum

(Lat.), het vormelijke in de beschaafde omgang; fatsoen.

1948
2022-12-04
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

decorum

(Lat.) o. het vormelijk welvoeglijke in de beschaafde omgang; fatsoen.

1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

decorum

o. (Lat. het uiterlijk welvoeglijke, passende): het - bewaren, het fatsoen ophouden; het - in acht nemen.

1933
2022-12-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Decorum

Decorum - (Lat.) = het passende. Betamelijkheid, fatsoen.

1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

decorum

o. [Lat.] welvoeglijkheid, fatsoen: het bewaren, in acht nemen.

1914
2022-12-04
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

decorum

decorum, - o., fatsoen, welvoegelijkheid; „het decorum bewaren” : zijn fatsoen houden.

1908
2022-12-04
Vivat

Schrijver op Ensie

Decorum

de uiterlijke vormen der wellevendheid, datgene wat als betamelijk, welvoegelijk of gepast geldt; zijn decorum bewaren: zijn fatsoen houden, alles doen wat tot de uiterlijke wellevendheid behoort om opspraak te vermijden.

1908
2022-12-04
Zuiveraar

De kleine Zuiveraar

Decorum

fatsoen, welvoeglijkheid.

1898
2022-12-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Decorum

DECORUM, o. welvoeglijkheid, uiterlijke waardigheid, al wat welstaat: het decorum in acht nemen, bewaren, zijn fatsoen ophouden. .

1864
2022-12-04
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

decorum

decorum - v. gmv. welvoegelijkheid, uiterlijke eerbaarheid, al wat wel staat; het decorum in acht nemen, zijn fatsoen ophouden

Lees verder