Wat is de betekenis van Debiet?

2019
2021-09-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

debiet

debiet - Zelfstandignaamwoord 1. afzet van waren 2. (natuurkunde) de hoeveelheid doorstromend medium (vloeistof of gas) in m3 per seconde

Lees verder
2016
2021-09-24
Hoogheemraadschap van Rijnland

Begrippenlijst van Hoogheemraadschap van Rijnland.

Debiet

De hoeveelheid water die een bepaald punt op een bepaald moment passeert. Een voorbeeld: als een gemaal een debiet van 90 m3/min. heeft, betekent dit dat er elke minuut 90 m3 (90.000 liter) water kan worden verpompt (verplaatst).

1994
2021-09-24
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Debiet

[Fr. débit, van débiter = verkopen] 1. afzet (verkoop) van goederen, bijv.: dit artikel heeft een groot —, wordt veel verkocht; 2. produktie van een gasbron, olieveld e.d.; 3. (bij een rivier) het aantal kubieke meters water dat in een dwarsprofiel op een bep. plaats per...

Lees verder
1993
2021-09-24
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Debiet

afzet van waren; opbrengst van een olieveld; hoeveelheid water die per tijdseenheid een bepaald punt passeert

1973
2021-09-24
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Debiet

[Fr. débit, verkoop, afzet], o., 1. in het algemeen capaciteit of vermogen; 2. afzet of omzet van waren: dat boek zal een groot debiet hebben, veel kopers vinden; 3. opbrengst of produktie van b.v. een olieveld; 4. (hydrologihet aantal m3 dat in een rivier per sec. op een bepaalde plaats voorbijstroomt; (geohydrologide hoeveelheid water d...

Lees verder
1955
2021-09-24
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Debiet

o., aftrek, afzet, verkoop

1954
2021-09-24
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Debiet

Hoeveelheid water, die per seconde door een bepaalde doorsnede stroomt. Het d. wordt gewoonlijk uitgedrukt in m3 per sec.; voor kleine d. (bronnen) ook wel in liters per seconde.

1952
2021-09-24
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Debiet

s.n., debyt (it), forkeap.

1950
2021-09-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Debiet

(<Fr.), o., afzet van waren: dat boek zal een groot debiet hebben, veel kopers vinden.

1948
2021-09-24
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

debiet

o. warenafzet, aftrek; verkoop.

1933
2021-09-24
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Debiet

Debiet - afzet; bijv. een artikel met een ruim debiet, d.w.z. waarvan veel verkocht wordt.

1928
2021-09-24
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Debiet

betekent afzet in den handel (vooral in den kleinhandel) en slaat zowel op de personen aan wie, als op de plaats of streek, waar verkocht wordt. Men kan zeggen, dat een winkelier zijn debiet voornamelijk onder zeelieden vindt, maar ook, dat zijn debiet in hoofdzaak in Noord-Brabant ligt.

1916
2021-09-24
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Debiet

Debiet ook afvoer, eener rivier, waterleidingsbuis, enz.; de hoeveelheid water of vloeistof, welke afgezet wordt in de tijdseenheid. Voor rivieren en wijde leidingen neemt men gewoonlijk den kubiekmeter en de seconde tot eenheid. Bijv: De Maas voert 200 M2 per seconde af. Voor nauwere leidingen meestal den liter en de seconde.

1910
2021-09-24
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Debiet

Debiet - aftrek: zie aldaar.

1898
2021-09-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Debiet

DEBIET, o. verkoop in het klein; dat boek zal . een groot debiet hebben, veel koopers vinden.

1870
2021-09-24
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Debiet

Een woord van Franschen oorsprong , beteekent afzet van goederen. Debitant is hij, die met den verkoop, meestal in 't klein, van een of ander artikel belast is, of daarvan zijne kostwinning maakt.

1864
2021-09-24
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

debiet

debiet - o. gmv. aftrek, verkoop