Wat is de betekenis van De facto?

2013
2021-02-26
Winish Ganesh

Fractiemedewerker Tweede Kamerfractie PvdA

De facto

De facto is een begrip uit het Latijn waarmee wordt uitgelegd hoe een bepaalde feitelijke situatie is. Indien een persoon voornemens is zijn huis uit te breiden met een serre, dient hij bij het college van burgemeester en wethouders een vergunning aan te vragen voor deze uitbouw. In een dergelijk geval buigt het college van burgemeester en wethoude...

Lees verder
1993
2021-02-26
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

De facto

feitelijk

1973
2021-02-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

de facto

[Lat., in feite], bw., feitelijk (in tegenstelling tot de jure, rechtens): een regering erkennen; -verkenning.

1950
2021-02-26
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

De facto

(Lat.), bw., feitelijk (in tegenst. met de jure, rechtens): een regering de facto erkennen.

1949
2021-02-26
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

De facto

(Lat. werkelijk, feitelijk). In het volkenrecht spreekt men van D.-erkenning van een regering of van een staat als - meestal na een geslaagde revolutie - andere regeringen de feitelijke gezagsuitoefening van die regering of staat erkennen, zonder hieraan onmiddellijk het volledig rechtsgevolg te verbinden. Bij een D. erkende regering laat een staat...

Lees verder
1948
2021-02-26
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

de facto

(Lat.) werkelijk, feitelijk, metterdaad; eigenmachtig, zonder verdere omstandigheden.

1940
2021-02-26
gevleugelde woorden

J.H. de Ruijter

De facto

Feitelijk (tegenover „de jure” == rechtens).

1914
2021-02-26
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

de facto

de facto, - werkelijk, metterdaad; eigenmachtig.

1910
2021-02-26
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

De facto

De facto - eigenmachtig.

1898
2021-02-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

De facto

DE FACTO, bw. feitelijk (in tegenst. met de jure, rechtens).

1864
2021-02-26
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

de facto

de facto - bijw. feitelijk (in tegenst. van de jure, rechtens)