Wat is de betekenis van de?

2023
2023-02-02
WhatsApp woordenboek

redactie Ensie

DE

Delaware (US state)

2020
2023-02-02
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

De

Opgegeven als roepnaam van Dingeman (vergelijk Denie), Oud-Gastel.

2019
2023-02-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

de

de - Lidwoord 1. voorafgaand aan een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat het niet om een willekeurig persoon of ding gaat, maar dat duidelijk is om wie of wat het specifiek gaat     ♢ Een hond is vaak lief, maar de hond van mijn oom is vals. 2. (formeel) voorafgaand aan een zelfstandig naamwoord...

Lees verder
2018
2023-02-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

de

de - lidwoord 1. wordt gebruikt voor een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord of bij meervoud ♢ de jongen draagt een rode broek Lidwoord: de

Lees verder
1964
2023-02-02
voornamen

Voornamenboek

I.m -> David. Roepnaam. II. De m In Oud-Gastel roepnaam van Dingeman (vgl. Denie).

Lees verder
1952
2023-02-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

De

art., de, 'e.

1950
2023-02-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

De

I. (den, der, des), lidw. van bepaaldheid; — met nadruk gebezigd om de beste in zijn soort aan te duiden : dat is dé winkel voor zulk goed; dat is dé man; — gew. ook voor vnw.: den deze, den die. II. (Lat.), vz., van, uit; zie de facto, de jure.

Lees verder
1949
2023-02-02
Woordenboek Latijn

Geschreven door Dr. J.F.L. Montijn

praep. c. abl. I. Van plaats: van . . . weg, van ... af, van . . . vandaan, van (boven)... af, van, soms ook = uit (ter aanduiding van het punt, waarvan iets uitgaat, nova de gravido palmite gemma tumet, aan, Ov., (van de kant, vanwaar iets geschiedt) palam de sella ac tribunali pronuntiare, Cic., nihil ex occulto, nihil de...

Lees verder
1948
2023-02-02
Spaans woordenboek (SP-NL) 1948

Dr. C.F.A. van Dam

De

prep. van (bezit); (wijze waarop) de pie, staande; van, uit; venimos de Bruselas, we komen van of uit Brussel; (materie) un vestido de seda, een zijden kleed; (inhoud) un vaso de agua, een glas water; (onderwerp waarover gehandeld wordt) se habla de la guerra, men spreekt over de oorlog; (aard) hombre de valor, man van moed; (voor apellatieven) el...

Lees verder
1948
2023-02-02
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

de

(Fr. of Lat.) van, over, omtrent.

1930
2023-02-02
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

de

I. bepalend lidwoord. II. [Lat.] 1. vz. van, van ... af, weg. 2. vrvgs. (in samenstellingen) zelfde betekenis; wordt des of dez vóór klinkers.

Lees verder
1923
2023-02-02
Pinkhof 1923

Pinkhof geneeskundig woordenboek

De

(Lat.), duidt in verbindingen aan: 1. het scheiden, verwijderen, wegnemen (voorb. decanteeren, débridement, decapsulatio). 2. het ophouden of doen ophouden van den oorspronkelijken toestand (voorb. decompressie). 3. het in den uitersten graad uitvoeren eener werkzaamheid, de versterking van een oorspronkelijk begrip (voorb. defatigatio, depr...

Lees verder
1923
2023-02-02
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

De

(Lat.), duidt in verbindingen aan; 1. het scheiden, verwijderen, wegnemen (voorb. decanteren, débridement, decapsulatio). 2. het ophouden of doen ophouden van de oorspronkelijke toestand (voorb. decompressie). 3. het in de uiterste graad uitvoeren ener werkzaamheid, de versterking van een oorspronkelijk begrip (voorb. defatigatio, depravat...

Lees verder
1908
2023-02-02
Vivat

Schrijver op Ensie

(fr.: teerling, dobbelsteen, ook vingerhoed), oude benaming in België enz. voor centiliter, Vioo liter.

1906
2023-02-02
wink

Wink's vreemde woordenboek

De

Lat., dé Fr., in samenstellingen = ont-, af-, dead heat Eng. (dead. dood; heat, loop) bij de wedrennen: een ongeldige loop, doordat twee paarden precies gelijk aankomen, dear Eng., lief, dierbaar; my dear liefste; dear me! lieve hemel!; dear sir geachte heer. débâcle vr. Fr., eigenlijk: het losgaan van een bevroren rivier; fig....

Lees verder
1898
2023-02-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

De

DE, DEN, DER, DES, lidw. van bepaaldheid.

1864
2023-02-02
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

De

De, DEN, DER, DES, bep. lidw.

1573
2023-02-02
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

De

Articulus tam singularis quàm pluralis numeri. De Sonne. Sol. De menschen. Homines.

Lees verder