Wat is de betekenis van dampig?

2024-05-30
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-30
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

dampig

dampig - Bijvoeglijk naamwoord 1. lijkend op damp     ♢ We keken uit over het dampige moeras 2. dat iets damp of rook produceert     ♢ De man kwam trots de kamer binnen met de dampende schalen van zijn zelf gekookte maaltijd. Woordherkomst afleiding va...

2024-05-30
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Dampig

adj., damp, dampich; (aamborstig, v. paarden), dimpich, dimpen.

2024-05-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Dampig

bn. (-er, -st), 1. op damp gelijkend; 2. damp uitwasemend; nevelig; vol rook ; 3. kortademig (van paarden, schertsend ook van mensen gezegd).

2024-05-30
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

dampig

bn. (1 van de aard van damp; mistig; 2 damp uitwasemend, vol damp; 3 van paarden: kortademig): 1 het is - weer; 2 het was - in de lucht; 3 een - paard.

2024-05-30
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

dampig

bn. (-er, -st) 1. vol damp: een -e lucht. 2. mistig, nevelig; weder. 3. vol rook: een hok. 4. dempig.

2024-05-30
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Dampig

bn. (-er, -st), 1. op damp gelijkend; 2. damp uitwasemend; nevelig; vol rook; 3. kortademig (van paarden, schertsend ook van mensen gezegd).

2024-05-30
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Dampig

DAMPIG, bn. (-er, -st), nevelig, vol rook; — kortademig (van naarden schertsend ook van menschen gezegd). DAMPIGHEID, v. kortademigheid (van paarden).

Wil je toegang tot alle 9 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-30
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)