Wat is de betekenis van dampig?

2026-07-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Dampig

bn. (-er, -st), 1. op damp gelijkend; 2. damp uitwasemend; nevelig; vol rook ; 3. kortademig (van paarden, schertsend ook van mensen gezegd).