Dalen
(daalde, is gedaald), (onoverg.) 1. geleidelijk omlaag gaan, hetzij langs een helling of in vrije beweging, een lagere plaats gaan innemen: de weg daalt hier; het vliegtuig daalt; de waterspiegel daalt bij ebbe; — de zon daalt reeds, de avond is nabij; — de avond daalt, het wordt avond; — hij...