Wat is de betekenis van dadelijk?

2020
2021-01-24
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

dadelijk

Het begrip dadelijk heeft 3 verschillende betekenissen: 1) meteen op dat moment; onmiddellijk. direct; meteen; meteen op dat moment; onmiddellijk; subiet. Attributief gebruik bij een substantief komt weinig voor (is verouderend), in het Nederlands-Nederlands nog minder dan in het Belgisch-Nederlands. 2) zo meteen; zo dadelijk....

Lees verder
2019
2021-01-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

dadelijk

dadelijk - Bijwoord 1. spoedig.     ♢ Hij zal dadelijk wel komen. 2. als je niet oppast, als je zo doorgaat     ♢ Dadelijk breekt het glas. Woordherkomst afgeleid van daad met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e- Verwante begrippen aanstonds,...

Lees verder
2018
2021-01-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

dadelijk

dadelijk - bijwoord uitspraak: da-de-lijk 1. zonder te wachten ♢ wil je dadelijk komen! 2. over een poosje ♢ wacht even, ik kom dadelijk wel Bijwoord: da-de-lijk Synoni...

Lees verder
1973
2021-01-24
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

dadelijk

I. bn., 1. uit een of meer daden bestaande, zich in daden uitend: iedere dadelijke poging; feitelijk, werkelijk; 2. aanstonds werkend of plaatshebbend, onmiddellijk: dat levert geen nut op; II. bw., 1. bepaald, eigenlijk: niet — mooi, maar toch wel aardig; aanstonds, onmiddellijk: ik zal u — antwoorden; kom je haast? ja -.

Lees verder
1950
2021-01-24
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Dadelijk

I. bn. 1. uit één of meer daden bestaande, zich in daden uitend: iedere dadelijke poging; — feitelijk, werkelijk; — (R.-K.) dadelijke zonde, die wij zelf begaan, door eigen daad, in tegenst. met erfzonde. 2. aanstonds werkend of plaats hebbend, onmiddellijk: dat levert geen dadelijk nut....

Lees verder
1898
2021-01-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Dadelijk

DADELIJK, bn. bw. uit één of meer daden bestaande, zich in daden uitend iedere dadelijke poging; — (R.-K.) dadelijke zonde, die wij zelf begaan, door eigen daad, in tegenst. met erfzonde; — dat levert geen dadelijk nut, onmiddellijk voordeel; onmiddellijk ik zal u dadelijk antwoorden; dit huis is dadelijk te aanvaarden, t...

Lees verder
1898
2021-01-24
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Dadelijk

zie Aanstonds.