2019-12-05

Daar

1. - gaat-ie weer voor niks, Amsterdamse (joodse) uitdr. die gebruikt wordt wanneer iemand iets gratis verkrijgt. Opgekomen in de periode dat Amsterdamse politieagenten zonder te betalen mochten gebruikmaken van de tram. 2. -gajel, op je gezondheid! Heilwens bij het drinken (vnl. van wij n). Vernederlandst uit Jiddisch le-chajem ‘ten leven; op het leven’. In het oude Israël werd aan ter dood veroordeelden een met wierook vermengde beker wijn gereikt om hen vóór de terechtstelling te bedwe...

2019-12-05

daar

daar - Voegwoord 1. geeft onderschikkend een reden aan     ♢ Daar hij ziek was, kon hij de vergadering niet voorzitten.     ♢ Hij kon de vergadering niet voorzitten daar hij ziek was. daar - Bijwoord 1. op een bepaalde plek, op die plek     ♢ daar woont hij.     ♢ Daar bij hun is het altijd een hoop ruzie, maar hier...

2019-12-05

daar

daar - voorzetsel, bijwoord 1. op die plaats ♢ daar ligt een boek 2. er wordt een reden of argument genoemd ♢ daar ik hoofdpijn heb, wil ik nu gaan slapen Algemene uitdrukkingen: 1. dat is tot daar aan toe [dat kun je nog een beetje begrijpen] Voorzetsel: daar ...

2019-12-05

Daar

zie Aangemerkt.