Synoniemen van D-groot

2020-01-26

D-groot

D-groot - Zelfstandignaamwoord 1. (muziek) het akkoord d - fis - a, de grote drieklank op de eerste trap van de D-grotetertstoonladder Het akkoord heet D-groot naar de grote terts: d - fis. 2. (muziek) de toonsoort waarvan #1 het grondakkoord is Een wals in D-groot. Woordherkomst samenstelling van D en groot met een tussenstreepje Synoniemen D grote terts, D-majeur A...

2019-07-17

groot

groot - m., halve stuiver; een pond groot (of Vlaamsch) = 6 gulden.

2017-08-02

Groot

Groot (Grotius), Hugo de, Nederlands jurist, theoloog, dichter en historicus, *10.4.1583 Delft, +28.8.1645 Rostock. De Groot studeerde in Leiden en promoveerde in 1599 in Orléans. In 1609 verscheen van zijn hand Mare Liberum (een hoofdstuk uit De iure praedae commentarius), waarin hij de stelling verdedigde dat de volle zee aan niemand toebehoorde. In 1613 werd hij pensionaris van Rotterdam. De Groot werd beschouwd als een van de leiders van de → remonstranten en werd daarom in 1619 tot leven...

2019-01-03

Groot

Groot - benaming van een der alleroudste Nederlandsche zilveren munten ter waarde van ongeveer een halven stuiver, ontleend aan het Fransche muntstuk gros, aldus genaamd omdat het juist zooveel woog als een gros of drachme, zijnde 'ƒ96 van een ons en dus V12 van een pond* zilver. De grooten schijnen het eerst onder Floris V in Holland geslagen te zijn; ook veelvouden en onderdeelen komen voor.

2017-12-12

groot

Voortekening Verwante toonaarden Parallelle toonaard fis-mineur Gelijknamige toonaard a-mineur Dominante toonaard E-majeur Subdominante toonaard D-majeur Toonladder a - b - cis - d - e - fis - gis - a Portaal Muziek. A-majeur, A grote terts of A-groot is een toonsoort met als grondtoon a. De voortekening telt drie kruisen: fis, cis en gis. Het is de parallelle toonaard van fis-mineur en heeft een opgewekt karakter. A-majeur is een veelgebruikte toonsoort voor kamermuziek.

2019-06-08

groot

groot - Engelse zilveren munten die oorspronkelijk vier pennies waard waren; ze werden tussen de 13e en de 17e eeuw uitgegeven, later nog incidenteel.

2019-07-22

Groot

Groot - 1° Albert Willem de, Ned. Klassiek philoloog; * 13 Jan. 1892 te Groningen; conservator aan de univ.-bibliotheek te Groningen, sinds 1921 prof. aan de Gem. Univ. te Amsterdam. Bekend door zijn studiën over den prozarhythmus in de Klass. literatuur.2° Hugo (Huig) de (Hugo Grotius), Ned. rechtsgeleerde; * 10 April 1583 te Delft, † 28 Aug. 1645 te Rostock. Zijn vader was een bekend mathematicus, lid van de stadsregeering van Delft. Op elfjarigen leeftijd werd G. ingeschre...

2019-08-09

Groot

Hugo de Groot, die van 1583 tot 1645 leefde, heeft zijn wereldbekendheid niet te danken aan zijn handige ontsnapping uit het slot Loevestein in een boekenkist, een geschiedenis, die jullie natuurlijk allen kennen van de schoollessen. Zijn wereldnaam dankt hij aan de wetenschappelijke, vooral juridische (= rechtskundige) werken, die hij heeft geschreven en die juist in onzen tijd in hoge mate de aandacht trekken, omdat de door de Groot behandelde kwesties van internationaal recht in den laatsten...

2018-08-07

Groot

Groot (De) is de naam van een aanzienlijk Nederlandsch geslacht, waarvan de voorvaderen in de vrouwelijke lijn reeds in de 12de eeuw als regéringspersonen te Delft door hunne belangrijke diensten den bijnaam de Groot verworven hadden, terwijl zij eertijds het huis Kraaijenburg tusschen ‘s Hage en Delft bewoonden. De voorvaderen in de mannelijke lijn, den naam van Cornets voerende, waren edellieden uit Bourgondië, die zich in de Nederlanden hadden gevestigd. Corneille Cornets huwde met Ermger...

2019-09-20

D. D. D

geneesmiddel tegen huidaandoeningen.

2017-11-14

groot

groot - bijvoeglijk naamwoord 1. met flinke afmetingen ♢ wij wonen in een groot huis met tien kamers 1. de grote mensen [de volwassenen] 2. de grote vakantie [de zomervakantie] 3. inkopen in het groot [met grote hoeveelhede...

2017-12-04

groot

groot - Bijvoeglijk naamwoord 1. meer dan normaal in formaat 2. bewonderenswaardig, goed Hij was een groot man. 3. machtig, belangrijk 4. volwassen Grote mensen en kinderen. groot - Bijwoord 1. in ruime mate 2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord groothouden: Hij hield zich groot. groot - Zelfstandignaa...

2019-11-14

groot

Voor de vloek o grote góden zie genade, goedheid, Mozes.

2017-06-21

Groot

1. de grote broek aantrekken,opscheppen; maar ook ‘ambities hebben’. Vrij recente uitdr. (jaren tachtig?). Standhouden dus, luidt het motto. Brinkman heeft niet voor niets de grote broek aangetrokken; een opstelling die wordt versterkt door het geloof dat alleen een onaangenamer WAO de instroom substantieel kan beperken. (Trouw, 15/08/91) Confectiecentrum trekt de grote broek aan. (De Volkskrant, 13/09/91) Wie echter een te grote broek aantrekt,leeft te royaal en gooit het geld maar over de...

2017-08-02

d

d

2017-08-02

groot op groot

(fietsen met) groot voorblad in combinatie met een groot achterblad, bv. tijdens een wedstrijd. → klein op klein

2018-09-02

D

D, v. (-’s), vierde letter van het alphabet; — de gezamenlijke namen of woorden in een adres of woordenboek, die met d beginnen; — (in de muziek) benaming van den tweeden toon in de klankladder, uitgaande van C; — Romeinsch getalmerk = 500; — in afkortingen ; D — lla dollar; — D — (i ( in de internationale telegrafie) dringend telegram; — dag. — d dagelijks; — dat. d —datum, dagteekening; — (i in de spraakkunst) datief, derde naamval; — d. a. v....

2019-07-11

D

D. - als Romeinsch cijfer = 500.

2019-03-13

D

D - op Fransche en Italiaansche noteeringen eene verkorting voor „Geld” (Demandé) (Denari).

2018-08-06

D

D is de vierde letter van ieder bekend alphabet. Zij draagt den Hebreeuwschen naam daleth en den Griekschen naam delta, behoort tot de tongletters en nadert tot den sisklank, weshalve zij in het Grieksch in de zeta overgaat. D of 10, uit welk laatste teeken het eerste is ontstaan, beduidt als Romeinsch getalmerk 500. Voorts vindt men die letter in Romeinsche opschriften als verkorting van Decimus, Decretum, Decuria, Deo, Die, Divus, Domo, en DD voor Devoti, Diis, Deabus, Domus Divia en donum ded...