Wat is de betekenis van Credo?

2024-02-25
AI woordenboek

ChatGPT (2023)

credo

"Credo" is een Latijns woord dat "ik geloof" betekent. Het wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar een geloofsbelijdenis of een statement van geloof, vooral in het christendom. Een voorbeeld van een credo is de Apostolische Geloofsbelijdenis, een oude geloofsbelijdenis die nog steeds in veel christelijke kerken wordt gebruikt....

2024-02-25
Onze Taal Woordpost

Genootschap Onze Taal (2020)

credo

betekenis (hier:) motto uitspraak [kree-do] citaat "Meer aandacht voor slachtoffers, minder compassie met de daders – dat was van meet af aan een van zijn credo's en een door zijn ervaringen in het justitiële bedrijf diep doorleefde drijfveer." Bron: Fred Teeven: van belastingcontroleur tot crimefighter (Remco Meijer, de...

2024-02-25
De Communicatieprofessional

Piet Hein Coebergh (2015)

credo

Een idealistisch streven, mogelijk van een hele organisatie.

2024-02-25
Lexicon voor de kunstvakken

Wouter van Boesschoten, Wieneke van Breukelen, Ton Konings m.m.v Henriette Coppens, Eefje Lonis, Jos van Waterschoot & Simon Wienke (2002)

credo

Credo is een misdeel uit het ordinarium.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Credo

[Lat. = ik geloof] zn de geloofsbelijdenis (naar eerste woord van de katholieke geloofsbelijdenis); geloof (iemands politiek -).

2024-02-25
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Credo

geloofsbelijdenis; motto; overtuiging

2024-02-25
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Credo

(Lat.: ik geloof), beginwoorden van de geloofsbelijdenis; wordt ook gebruikt als aanduiding van de hele geloofsbelijdenis.

2024-02-25
Kerkelijk woordenboek

Professor mag. dr. J.B. Kors o.p. (1967)

Credo

(= ik geloof), eerste woord van de apostolische geloofsbelijdenis en van die van Nicea-Constantinopel. De eerste, kortere vorm wordt gebruikt bij het doopsel, het → koorgebed en de priesterwijding; de tweede in de H. Mis van feesten, die van hoogeren rang zijn, zooals apostelfeesten, of van feesten, die in verband staan met de openbaring, en b...

2024-02-25
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

credo

vaste oortuiging.

2024-02-25
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Credo

o., de geloofsbelijdenis, het geloof.

2024-02-25
Katholicisme encyclopedie

Prof. dr. J.C. Groot (1955)

CREDO

(Lat., Ik geloof) is het eerste -woord van de Latijnse tekst van verschillende kerkelijke geloofsbelijdenissen. In het bijzonder dient het als naam voor de zgn. Geloofsbelijdenis van Nicea, vooral als deze tijdens de Mis wordt gezongen of gezegd. Het credo maakt deel uit van de Mis (en volgt in die gevallen op de lezing van het Evangelie) op alle Z...

2024-02-25
Frans woordenboek (FR-NL)

Dr. F.P.H. Prick van Wely (1952)

Credo

geloofsbelijdenis, credo.

2024-02-25
Woordenboek Engels (EN-NL)

Dr. F.P.H. van Wely (1951)

Credo

credo.

2024-02-25
Woordenboek Italiaans (IT-NL)

A. Lankhout en J.E. Bas Backer (1951)

credo

geloofsbelijdenis; in un credo, in een ogenblik.

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Credo

(Lat.), o. (-’s), geloofsbelijdenis, geloof (naar het eerste woord der Apostolische geloofsbelijdenis); (fig.) belijdenis ener diepe, innige overtuiging; — (R.-K.) deel der mis waarin het Credo wordt gezegd of gezongen (volgend na het Evangelie).

2024-02-25
Woordenboek Nederlands -Latijn

Dr. J.F.L. Montijn (1949)

Crēdo

dĭdi, dĭtum (3); 1. met dat., vertrouwen, zijn vertrouwen schenken, zich verlaten op, alci, Cic., alci rei, Sall. | geloven, alci, Cic., alci rei, Cic., sibi, bij zich zelf overtuigd zijn, Auct. bell. Alex.; pass., credor, men gelooft mij, Ov. 2. met acc., iets toevertrouwen, alci pecuniam, lenen, Ci...

2024-02-25
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Credo

(ik geloof), eerste woord van de Christelijke geloofsbelijdenis in de Latijnse Kerk. In algemene zin ook gebruikt voor geloofsbelijdenis.

2024-02-25
Spaans woordenboek (SP-NL)

Dr. C.F.A. van Dam (1948)

Credo

m. geloofsbelijdenis, credo; en un credo, fam. in een ommezien; que canta el fam. buitengewoon. [heid.

2024-02-25
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

credo

(Lat.) o. (eig. ik geloof) geloofsbelijdenis.

2024-02-25
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

CREDO

(ik geloof) is het eerste woord van de Christelijke geloofsbelijdenis in de Latijnse Kerk. Het kortere Credo (het zgn. symbolum van de Apostelen, dat in zijn volledige vorm van na hen dagtekent) is alleen in het Westen in gebruik bij het Doopsel, koorgebed, priesterwijding. Het langere Credo is een samensmelting van het symbolum van N...