2019-12-14

correct

correct - Bijvoeglijk naamwoord 1. foutloos, goed     ♢ Hij had een 10 voor zijn proefwerk want al zijn antwoorden waren correct. 2. burgerlijk, saai, onberispelijk uit moreel oogpunt, zonder af te wijken van de etiquette, politiek correct     ♢ Een notaris moet altijd correct gekleed zijn. Woordherkomst afgeleid van het Franse 'correct' (juist) (met het voorvoegsel cor-) Antoniemen inco...

2019-12-14

correct

Technisch juist. In de uitdrukking: ‘de correcte speelwijze’. Zie ook: kleurbehandeling

2019-12-14

correct

correct - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: cor-rect 1. met goede manieren, zoals het hoort ♢ mijn baas is altijd correct gekleed 2. zoals het moet ♢ dit heb je correct geschreven Bijvoeglijk naamwoord: cor-rect ... is correcter dan ... de/het correcte ... <...

2019-12-14

Correct

CORRECT, bn. bw. (-er, -st), zuiver, zonder fouten, niet afwijkende van de gestelde eischen eene correcte houding, handeling; zich correct gedragen. CORRECTHEID, v. juistheid, zuiverheid (van taal, druk, teekening enz.).

2019-12-14

Correct

Correct noemt men datgene, wat beantwoordt aan de eischen van wetenschap of kunst. Een geschrift kan correct wezen, ten opzigte van den gedachtengang, van den stijl en van de taal. Eene schilderij is correct, wanneer de teekening en het coloriet in overeenstemming zijn met de natuur. Toch is correctheid geheel iets anders dan schoonheid, zoodat een kunstwerk correct kan wezen zonder aanspraak te kunnen maken op den naam van schoon.

2019-12-14

Correct

Correct - zuiver, nauwkeurig, vrij van fouten en misstellingen, regelmatig, ordelijk.

2019-12-14

correct

correct, - nauwkeurig, zuiver, juist, zooals het behoort.

2019-12-14

correct

correct - bn. en bijw. (correcter, correctst), zuiver, zonder fouten

2019-12-14

correct

zuiver, vrij v. fouten; i. behoorlijke vorm, naar de eisen v. d. welvoeglijkheid, onberispelijk.