Wat is de betekenis van copieus?

2020
2021-07-26
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

copieus

rijkelijk. met een ruime hoeveelheid en vaak ook grote variëteit aan voedsel; overvloedig; rijkelijk. Voorbeelden: Zo vertelde ze [...]. Over haar leerjaren bij de adellijke familie De la..., waar ze [...], zesentwintig jaar en een half, voor het nobele menu, zowel samenstelling als uitvoering, ingestaan had. Ontbijt, lunch, sou...

Lees verder
2019
2021-07-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

copieus

copieus - Bijvoeglijk naamwoord 1. rijkelijk, overvloedig     ♢ Hij heeft een copieus ontbijt genuttigd.

Lees verder
1994
2021-07-26
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Copieus

[Fr. copieux, van Lat. copiosus, van copia = overvloed, van co-opia, van ops, opis = vermogen, rijkdom] overvloedig.

1955
2021-07-26
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Copieus

overvloedig, rijkelijk, copiïst, of copist, afschrijver; navolger.

1950
2021-07-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Copieus

(<Fr.), bn. bw., rijkelijk, overvloedig: een copieus diner; copieus dineren.

1948
2021-07-26
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

copieus

rijkelijk, overvloedig.

1923
2021-07-26
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Copieus

(copiosus, van copia, menigte), rijkelijk, bijv. van ontlasting, van fluimen enz.

1898
2021-07-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Copieus

COPIEUS, bn. bw. rijkelijk, overvloedig: een copieus diner.