Wat is de betekenis van controleren?

2019
2022-10-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

controleren

controleren - Werkwoord 1. (ov) inspecteren, toezicht houden, onderzoeken, nazien     ♢ als gevolg daarvan was het nodig om te controleren op stabiliteit en betrouwbaarheid. 2. (ov) beheersen, overheersen     ♢ het experiment waarbij mensen met hun gedachten computers control...

Lees verder
2018
2022-10-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

controleren

controleren - regelmatig werkwoord uitspraak: con-tro-le-ren 1. nagaan of iets in orde is ♢ heb je gecontroleerd of het licht uit is? Regelmatig werkwoord: con-tro-le-ren ik controleer j...

Lees verder
2017
2022-10-01
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Controleren

Controleren - 'de koers controleren': beheersen, leiden, alle demarrages beantwoorden. Onder invloed van Eng. to control dat in de zin gebruikt wordt van dicteren, zijn wil opleggen. Mede door het warme weer en de afwezigheid van vedetten met voldoende autoriteit om de koers te controleren, was het wedstrijdverloop uiterst grillig... - Benjo Maso,...

Lees verder
2010
2022-10-01
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

controleren

controleren: koers.

2009
2022-10-01
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

controleren

(ov ww; controleerde; h. gecontroleerd) SP - onder controle hebben, (zijn) wil opleggen, (be)heersen. • Het was een rustige rit, Nicolas Frantz had een comfortable voorsprong in het algemeen klassement en zijn ploeg Alcyon, met klasse-renners als Julien Vervaecke, Maurice de Waele, Mertens en Rebry, controleerde de wedstrijd. [NEUT) • Jacques Anqu...

Lees verder
1999
2022-10-01
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Controleren

Controleren - (onder invloed van Eng. to control, in deze zin gebruikt), beheersen; dicteren; zijn wil opleggen. Vooral in de sport. Mede door het warme weer en de afwezigheid van vedetten met voldoende autoriteit om de koers te controleren, was het wedstrijdverloop uiterst grillig... Benjo Maso: Het zweet der góden, 1990 De Rokado’s controleerden...

Lees verder
1998
2022-10-01
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

controleren

1. Van een kleur: een controle bezitten in die kleur. 2. Van een spel: de controle hebben over een spel.

Lees verder
1994
2022-10-01
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Controleren

[Fr. contrôler, van OFr. contreroller = een afschrift van de rol van de rekeningen houden] narekenen, nagaan, toezicht houden.

1990
2022-10-01
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

controleren

controleren - In algemene zin het inspecteren van een procedure of procedures om te verzekeren dat die worden uitgevoerd volgens de vastgestelde principes. In de context van financiële aangelegenheden betreft het de periodieke of voortdurende beoordeling van de financiële middelen en passiva van een organisatie.

1973
2022-10-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Controleren

[Fr.] (controleerde, heeft gecontroleerd), 1. toezicht uitoefenen op beheer, beleid of gedrag, op een werking of werkzaamheid; ook iemand op de vingers kijken; controlerend geneesheer; 2. (economie) het beheersen van de ene maatschappij of onderneming door een andere.

Lees verder
1955
2022-10-01
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Controleren

toezicht houden; nagaan; narekenen.

1952
2022-10-01
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Controleren

v., kontrolearje, neirekkenje; de kas —, rekken opnimme.

1950
2022-10-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Controleren

(controleerde, heeft gecontroleerd), (<Fr.), 1. toezicht oefenen op enig beheer, beleid, gedrag, op een werking of werkzaamheid; (ook) (iem.) op de vingers zien. 2. (econ.) beheersen.

Lees verder
1948
2022-10-01
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

controleren

tegenrekening of toezicht houden.

1937
2022-10-01
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

controleren

gecontroleerd (Fr. controle, toezicht houden op; op de vingers zien).