Wat is de betekenis van Context?

2021
2023-02-08
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Context

Context is de samenhang tussen woorden en zinnen. Woorden hebben vaak verschillende betekenissen, waarbij uit de gebeurtenis kan worden afgeleid welke betekenis een woord heeft. Om een duidelijker beeld te geven van wat de context precies inhoudt, staan hieronder enkele voorbeeldzinnen. Door te kijken naar de omliggende woorden kan het woord in de...

Lees verder
2019
2023-02-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

context

context - Zelfstandignaamwoord 1. verband waarin iets zich voordoet 2. de tekst die om de tekst heen staat     ♢ In de zinnen: "Ik haalde mijn geld van de bank." en "Ik ging lekker op de bank zitten." is de betekenis van het woord bank alleen maar te begrijpen door de context. 3. de gebeurtenissen die...

Lees verder
2018
2023-02-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

context

context - zelfstandig naamwoord uitspraak: con-text 1. tekst die om een woord of zin heen staat ♢ uit de context kun je begrijpen wat het woord betekent 2. wat ervoor en erna gebeurd is ♢ in dez...

Lees verder
2017
2023-02-08
Mark Nelissen

Professor emeritus in de gedragsbiologie.

context

context - De situatie waarbinnen een signaal wordt vertoond en die de betekenis ervan mee kan bepalen. Zo kan een vogellied binnen een balts een aantrekkende functie hebben, binnen het territoriaal gedrag een afstotende functie. De c. kan eveneens het voorkomen van andere signalen inhouden, waardoor een syntaxfunctie ontstaat, bijvoorbeeld in metac...

Lees verder
2017
2023-02-08
WizWijs

Inzicht voor leerling en leerkracht

context

Context is een situatie uit de werkelijkheid die gekozen is om een specifiek reken-wiskundig probleem voor de leerlingen inzichtelijk te maken. Bijvoorbeeld: het inwisselen bij het rekenen op papier wordt uitgelegd binnen de context van een kok die op twee bakplaten respectievelijk 36 en 57 stroopwafels heeft gebakken en die nu per tien moet verpak...

Lees verder
2007
2023-02-08
logopedie

Logopedisch Lexicon

Context

(m.), verband (omgeving of situatie) waarin een voorwerp wordt gebruikt, taal wordt geuit of een handeling wordt verricht,

2002
2023-02-08
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

context

Contexten zijn: 1) (drama): spelgegevens die betekenis geven aan een spel en het verband waarop ze betrekking hebben; onder spelgegevens worden begrepen: het verhaal, de personages, de dramatische handelingen, het dramatisch verloop, de enscenering en het gebruik van de overige theatrale middelen, zoals decor en belichting (2, 3); 2) (dans): met de...

Lees verder
2001
2023-02-08
Begrippenlijst drama

Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Context

Spelgegevens die de gegeven opdracht tot een spel of een te spelen feit en het verband waarin zich iets voordoet betekenis geven. Onder spelgegevens worden begrepen: (→) het verhaal, (→) de personages, (→) de dramatische handelingen, (→) het dramatisch verloop, (→) de enscenering, het gebruik van de overige (→ ) theatrale middelen zoals (→) decor e...

Lees verder
1995
2023-02-08
Basisboek Kwalitatief Onderzoek

Basisboek Kwalitatief Onderzoek

Context

Verband waarin zich iets voordoet.

1994
2023-02-08
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Context

[Lat. contextus, van contexere, -textum = samen-weven] 1 samenhang, verband met rest van zin of passage; 2 verband waarin iets voorkomt (bijv.: dit besluit moet men zien in de politieke -); vandaar ook: situatie, sfeer (bijv.: de - van een ziekenhuis).

Lees verder
1993
2023-02-08
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Context

(kontekst) samenhang; zinsverband; geheel

1973
2023-02-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Context

[Lat.], m. 1. redeverband, samenhang; 2. (recht) inhoud, bewoordingen: van de dagvaarding.

Lees verder
1955
2023-02-08
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Context

samenhang, redeverband

1950
2023-02-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Context

(<Lat.), m., 1. redeverband, samenhang; 2. (rechtst.) inlioud, bewoordingen: context der dagvaarding.

Lees verder
1948
2023-02-08
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

context

o. samenhang i. d. zin of v. d. zinnen; bewoording.

1937
2023-02-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

context

o. (Lat. contextus: samenhang); rechtst. - der dagvaarding, (zakelijke) inhoud of bewoordingen der dagvaarding; l. kontekst'; ook: contextuur, v.

1933
2023-02-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Context

Context - (Lat. contextus), samenhang; zinsverband.

1930
2023-02-08
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

context

enz. →: kontekst enz.

1923
2023-02-08
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Context

(Lat. contextus, samenhang), in de psychiatrie; het bijzondere geval dat in de droom wordt bedoeld met een algemeen symbool (Jung).

1914
2023-02-08
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

context

context, - o., samenhang, redeverband.