Wat is de betekenis van consument?

2020
2021-05-11
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

consument

gebruiker. iemand die gebruik maakt van een product of dienst; iemand die iets gebruikt of verbruikt; gebruiker; verbruiker. Verwijst vaak niet naar een persoon van vlees en bloed maar naar een abstracte entiteit. Voorbeelden: Daarnaast is het zeer voornaam dat een wasautomaat wordt afgestemd op basis van uw wasgedrag en hoeve...

Lees verder
2019
2021-05-11
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

consument

consument - Zelfstandignaamwoord 1. (economie) algemene term voor personen, huishoudens die goederen en diensten verbruiken die worden geproduceerd in de economie     ♢ De consument merkt weinig van de daling van de olieprijzen. Synoniemen verbruiker

Lees verder
2018
2021-05-11
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

consument

consument - zelfstandig naamwoord uitspraak: con-su-ment 1. iemand die iets koopt of verbruikt ♢ de consument betaalt 2% meer voor dit product Zelfstandig naamwoord: con-su-ment de consument ...

Lees verder
2008
2021-05-11
Praktische Economie havo 3

Begrippenlijst uit Praktische Economie havo 3

consument

Iemand die goederen en diensten koopt.

2008
2021-05-11
Praktische economie vwo 3

BEGRIPPENLIJST UIT PRAKTISCHE ECONOMIE VWO 3

consument

Iemand die goederen en diensten koopt.

1993
2021-05-11
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Consument

verbruiker

1990
2021-05-11
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

consument

consument - Mensen die goederen en diensten kopen, gebruiken en wegdoen, de uiteindelijke clientèle van fabrikanten, groothandelaars, detailhandelaars en dienstverleners.

1974
2021-05-11
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

consument

(L., consumere = verbruiken), verbruiker van organische stoffen; mens, dier, vleesetende plant, niet-groene planten (uitgezonderd chemo-autotrofe en foto-autotrofe bacteriën), ➝ biocoenose, ➝ levensgemeenschap, ➝ energiepiramide.

1955
2021-05-11
vreemd

Vreemde woordenboek

Consument

verbruiker

1950
2021-05-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Consument

m. (-en), verteerder; verbruiker.

1949
2021-05-11
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Consument

gebruiker en verbruiker van eindproducten. De bevrediging van de behoeften van de C. is het doel van het gehele economische proces.

1933
2021-05-11
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Consument

Consument - In de economie is de consument de gebruiker en verbruiker van de eind-bevredigingsmiddelen, van de zoogenaamde finale goederen. Breidt men het begrip uit tot de afnemers van andere goederen en diensten, zooals, helaas, nog dikwijls geschiedt, dan ontstaat een groote verwarring, waardoor het eerste begin van inzicht in de economische ver...

Lees verder
1916
2021-05-11
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Consument

Consument - verbruiker; zie VERBRUIK.

1910
2021-05-11
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Consument

Consument - de verbruiker, in tegenstelling van den procudent, den voortbrenger.

1898
2021-05-11
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Consument

CONSUMENT, m. (-en), verteerder, verbruiker.

1864
2021-05-11
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

consument

consument - m. (consumenten), vetteerder, gebruiker