Wat is de betekenis van constructie?

2019
2021-09-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

constructie

constructie - Zelfstandignaamwoord 1. het in elkaar zetten of produceren van iets     ♢ Bij de constructie van auto's worden grote hoeveelheden spoelwater gebruikt bij de oppervlaktebehandeling.     ♢ De constructie van het verleden. 2. (bouwkunde) een bouwkundige (dr...

Lees verder
2018
2021-09-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

constructie

constructie - zelfstandig naamwoord uitspraak: con-struc-sie 1. de manier waarop iets in elkaar zit ♢ de constructie van die steiger is niet stevig Zelfstandig naamwoord: con-struc-sie de constructie ...

Lees verder
2002
2021-09-23
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

constructie

Een constructie is het geheel dat ontstaat door een aantal losse onderdelen samen te voegen tot één stevig geheel; de onderdelen blijven zichtbaar; het in- of uitwendige skelet van een vorm (1) dat voor de stevigheid zorgt; het vaak aan het oog onttrokken geheel van draag- en steunbalken.

1993
2021-09-23
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Constructie

(konstruktie) bouw; samenstelling; woordschikking

1973
2021-09-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Constructie

[Lat.], v. (-s), 1. bouw, inrichting, schikking van de delen (e): de van een schip; 2. het construeren, bouwen: werkplaats voor de van vliegtuigen; 3. wat door construeren ontstaat: een ingewikkelde ook van geestelijke vormen: diepzinnige constructie; 4. samenvoeging van woorden tot zinnen of zinsdelen, woordschikking: de van een zin; vandaar: e...

Lees verder
1955
2021-09-23
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Constructie

samenstelling, bouworde; inrichting; zinsbouw, woordvoeging; in de wiskunde: het tekenen van een figuur nodig voor een bewijs.

1950
2021-09-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Constructie

(Fr.-Lat.), v. (-s, ...tiën), 1. bouw, inrichting, schikking der delen: de constructie van een schip. 2. het construeren, bouwen: werkplaats voor de constructie van vliegtuigen. 3. wat door construeren ontstaat: een ingcivikkelde constructie; ook van geestelijke vormen: een diepzinnige constructie. 4. samenvoeging v...

Lees verder
1949
2021-09-23
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Constructie

(1), in de bouwkunde een samenstel van versch. onderdelen tot een bouwkundig geheel, dat aan bepaalde eisen van stevigheid en duurzaamheid beantwoordt. De constructieleer behandelt de bewerking van de versch. materialen in verband met hun eigenschappen; (2) woordschikking in een zin. Constructie-werkplaatsen, voor het wapen der artillerie te Delft...

Lees verder
1948
2021-09-23
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

constructie

v. samenstelling, bouw; woordschikking.

1939
2021-09-23
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Constructie

(< Lat. constructio = samenvoeging; < construere = samenvoegen). Bepaling van een figuur met behulp van de aangenomen constructiepostulaten.

1933
2021-09-23
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Constructie

Constructie - 1° in de meetk. het samenstellen van een figuur. → Werkstuk. 2° (Techn.), →Construeeren.

Lees verder
1928
2021-09-23
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Constructie

is afgeleid van een Latijns woord, dat opbouw door samenvoeging betekent. Men gebruikt het op allerlei gebied. Door een paar voorbeelden zal je dit duidelijk worden.In de taalkunde: „Om dezen zin behoorlijk te kunnen ontleden, moet je goed letten op de constructie”, n.l. je moet erop letten, hoe de zin „in elkaar zit”, hoe d...

Lees verder
1916
2021-09-23
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Constructie

Constructie - 1) (wisk.), werkwijze tot het vervaardigen van een meetkundige figuur, hetzij daadwerkelijk, hetzij in de verbeelding. De c. geschiedt in den regel met behulp van lineaal en passer. Een figuur heet construeerbaar, wanneer men ze tot stand kan brengen door zich een eindig aantal malen van passer en lineaal te bedienen. C. met de lineaa...

Lees verder
1898
2021-09-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Constructie

CONSTRUCTIE, v. (-s, ...tiën), bouw, inrichting, schikking der deelen de constructie van een schip; bouworde; — woordschikking: de constructie van een zin; — de constructie van een werk, de bouw, hoe het is samengesteld; van eene eenvoudige constructie

Lees verder
1870
2021-09-23
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Constructie

Constructie, ontleend aan een Latijnsch woord, dat opbouw of zamenvoeging beteekent, noemt men op het gebied der taalkunde zulk eene plaatsing der woorden van een volzin, die hun onderling verband duidelijk maakt. — In de meetkunde noemt men constructie eene zamenvoeging van lijnen, vlakken enz., om hiervan eene bepaalde figuur te vormen of zamen t...

Lees verder
1864
2021-09-23
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

constructie

constructie - v. (constructiën), bouw □, samenstelling □, inrichting □, schikking der deelen; bouworde; woordschikking

Lees verder