Wat is de betekenis van constructie?

2025-12-09
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Constructie

(Fr.-Lat.), v. (-s, ...tiën), 1. bouw, inrichting, schikking der delen: de constructie van een schip. 2. het construeren, bouwen: werkplaats voor de constructie van vliegtuigen. 3. wat door construeren ontstaat: een ingcivikkelde constructie; ook van geestelijke vormen: een diepzinnige constructie. 4. samenvoeging v...

2025-12-09
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

constructie

constructie - Zelfstandignaamwoord 1. het in elkaar zetten of produceren van iets     ♢ Bij de constructie van auto's worden grote hoeveelheden spoelwater gebruikt bij de oppervlaktebehandeling.     ♢ De constructie van het verleden. 2. (bouwkunde) een bouwkundige (dr...

2025-12-09
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

constructie

constructie - zelfstandig naamwoord uitspraak: con-struc-sie 1. de manier waarop iets in elkaar zit ♢ de constructie van die steiger is niet stevig Zelfstandig naamwoord: con-struc-sie de constructie ...

2025-12-09
Lexicon voor de kunstvakken

Wouter van Boesschoten, Wieneke van Breukelen, Ton Konings m.m.v Henriette Coppens, Eefje Lonis, Jos van Waterschoot & Simon Wienke (2002)

constructie

Een constructie is het geheel dat ontstaat door een aantal losse onderdelen samen te voegen tot één stevig geheel; de onderdelen blijven zichtbaar; het in- of uitwendige skelet van een vorm (1) dat voor de stevigheid zorgt; het vaak aan het oog onttrokken geheel van draag- en steunbalken.

2025-12-09
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Constructie

(konstruktie) bouw; samenstelling; woordschikking

2025-12-09
Technische encyclopedie

Winkler Prins (1975)

CONSTRUCTIE

(Fr.: construction; Du.: Bau, Konstruktion; Eng.: construction), in het algemeen: samenstelling, aanleg, opbouw; in de techniek de samenvoeging van onderdelen en grondstoffen tot een bruikbaar object (gebouw, machine enz.). Verder zie Bouwconstructies; Ontwerp- en Constructieleer; Staalconstructies)....

2025-12-09
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Constructie

samenstelling, bouworde; inrichting; zinsbouw, woordvoeging; in de wiskunde: het tekenen van een figuur nodig voor een bewijs.

2025-12-09
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Constructie

(1), in de bouwkunde een samenstel van versch. onderdelen tot een bouwkundig geheel, dat aan bepaalde eisen van stevigheid en duurzaamheid beantwoordt. De constructieleer behandelt de bewerking van de versch. materialen in verband met hun eigenschappen; (2) woordschikking in een zin. Constructie-werkplaatsen, voor het wapen der artillerie te Delft...

2025-12-09
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

constructie

v. samenstelling, bouw; woordschikking.

2025-12-09
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

CONSTRUCTIE

(1, techniek) is het langs mechanische weg samen voegen van bouwelementen tot een hecht geheel, dat sterk genoeg is om de er op aangrijpende krachten (zoals eigen gewicht, verkeersbelasting, winddruk) op te kunnen nemen. Ten einde zeker te zijn van een juiste overbrenging der krachten en een vlotte uitvoering, wordt elke enigszins belangrijke const...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-09
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis (1939)

Constructie

(< Lat. constructio = samenvoeging; < construere = samenvoegen). Bepaling van een figuur met behulp van de aangenomen constructiepostulaten.