Wat is de betekenis van conisch?

2020
2022-06-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

conisch

kegelvormig. de vorm hebbend van een kegel of afgeknotte kegel; kegelvormig. Voorbeelden: De karakteristieken van de stad Campazas. Het stoffige plein in het centrum en een eenvoudige maar trotse kerk met afgebrokkelde muren en een rechtovereind staande, gebeeldhouwde voorgevel die verkondigde: tot hier is de barok gekomen, tot de ra...

Lees verder
2019
2022-06-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

conisch

conisch - Bijvoeglijk naamwoord 1. de vorm hebbend van een (afgeknotte) kegel Voor wie de advertentie die onder meer zaterdag in de krant stond, heeft gemist; de Phoenix-brandblusser bestaat uit een conische kunststof cilinder waarop een vogelkop zit bij wijze van dop (keuze uit wit en zwart)....

Lees verder
1994
2022-06-25
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Conisch

[zie conus] kegelvormig.

1993
2022-06-25
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Conisch

(konisch) kegelvormig

1973
2022-06-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

conisch

➝konisch.

1955
2022-06-25
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Conisch

kegelvormig

1952
2022-06-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Conisch

adj. & adv., tapsk.

1950
2022-06-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Conisch

bn. bw., kegelvormig, als een kegel.

1949
2022-06-25
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Conisch

(Gr. kónikós = kegelvormig; kônos = kegel). Kegelvormig; b.v. conische → refractie, een door Hamilton (1805-1865) in 1833 voorspeld verschijnsel bij tweeassige kristallen.

1949
2022-06-25
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Conisch

kegelvormig toelopend.

1948
2022-06-25
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

conisch

kegelvormig.

1939
2022-06-25
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Conisch

(< Gr. = kegel). Kegelvormig. Vb. Conisch punt van een oppervlak.

Lees verder
1937
2022-06-25
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

conisch

bn. (kegelvormig): een -e vorm.

1916
2022-06-25
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Conisch

Kegelvormig.

1916
2022-06-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Conisch

Conisch 1) kegelvormig; 2) op een kegel gelegen.

1898
2022-06-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Conisch

CONISCH, bn. bw. kegelvormig.

1864
2022-06-25
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

conisch

conisch - bn. kegelvormig