Wat is de betekenis van concubine?

2020
2021-08-04
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

concubine

bijvrouw. vrouw met wie een man een relatie heeft naast die met zijn wettige echtgenote. Voorbeelden: Koning Norodom Sihanouk van Cambodja heeft vele kinderen. Hoeveel weet niemand, waarschijnlijk de koning zelf ook niet - de 71-jarige monarch is in zijn turbulente leven, waarin hij verscheidene vrouwen en concubines versleet, de tel...

Lees verder
2020
2021-08-04
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

concubine

(19e eeuw) (euf.) hetzelfde als bijzit*. Volgens het WNT: 'eene vrouw met wie een man buiten echt samenleeft; bijzit. Thans weinig meer in gebruik.' Het woordenboek citeert o.a. Bredero. Ontleend aan het Latijnse 'concubina'. Bijna twee millenia geleden door de Griekse wijsgeer Democritus als volgt verwoord: "We hebben m...

Lees verder
2019
2021-08-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

concubine

concubine - Zelfstandignaamwoord 1. vrouw met wie een man in ongehuwde staat (concubinaat) samenleeft Woordherkomst afgeleid van het Latijnse cubare (liggen, slapen) met het voorvoegsel con- Synoniemen bijzit, minnares, maîtresse, maintenee Verwante begrippen concubinaat

Lees verder
2004
2021-08-04
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

concubine

Hetzelfde als bijzit*. Volgens het WNT: ‘eene vrouw met wie een man buiten echt samenleeft; bijzit. Thans weinig meer in gebruik.’ Het woordenboek citeert o.a. Bredero. Ontleend aan het Latijnse ‘concubina’. Bijna twee millennia geleden door de Griekse wijsgeer Democritus als volgt verwoord: ‘We hebben maitresses voor ons plezier, concubines voor h...

Lees verder
1994
2021-08-04
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Concubine

[Fr., van Lat. concubina] bijzit.

1993
2021-08-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Concubine

minnares van een getrouwde man, bijzit

1977
2021-08-04
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

concubine

concubine - bijzit.

1973
2021-08-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

concubine

[Fr.], v. (-s), vrouw die samenwoont met een man buiten een wettig huwelijk; bijzit.

1955
2021-08-04
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Concubine

bijzit.

1950
2021-08-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Concubine

(Fr.), v. (-n), bijzit, bijwijf.

1948
2021-08-04
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

concubine

(Fr.) r. bijzit.

1898
2021-08-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Concubine

CONCUBINE, v. (-n), (w. g.) bijzit.