Wat is de betekenis van compleet?

2025-12-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Compleet

(Fr.), bn. en bw. (completer, -st). 1. volledig, voltallig, ongeschonden: een compleet ameublement; een complete Vondel; dit boek is niet compleet, er ontbreken bladen of platen ofwel afleveringen of delen aan; (Zuidn.) dat is compleet, dat ontbrak er nog aan! 2. geheel en al: ik was het compleet vergeten. 3. vrijwel, nagenoe...

2025-12-14
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

compleet

compleet - Bijvoeglijk naamwoord 1. volledig, voltallig U kunt nu het complete album in de winkel kopen. Woordherkomst afgeleid via het Franse complet ontleend aan het Latijnse complētus (‘volkomen, volledig’) en dat weer van plēre (vullen) met het voorvoegsel com- Synoniemen...

2025-12-14
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

compleet

compleet - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: com-pleet 1. geheel en al, in alle opzichten ♢ die reis was een complete mislukking 2. waar alles bij betrokken is ♢ ik heb de complete serie verzamel...

2025-12-14
Golfsportwoordenboek

Jan Luitzen (2009)

compleet

(bn) SP - (van sport(st)ers) in alle onderdelen van een sport(discipline) bedreven, syn. allround • Of het nu uphill- of downhillliggingen betreft, als u een complete golfer wilt zijn, moet u ermee om weten te gaan. (LEADB)

2025-12-14
Wielersportwoordenboek

Jan Luitzen (2009)

compleet

(bn) SP - (van sport(st)ers) in alle onderdelen van een sport(discipline) bedreven, syn. allround. • Hilaire Couvreur: een complete renner met een redelijk uithoudingsvermogen, hoewel sterker rijdend in korte etappes, een goede klim, een moedige afdaling en een eindsprint waarmede men rekening dient te houden. (PAGAR)

2025-12-14
Papiaments woordenboek

Papiaments woordenboek

compleet

compleet, volledig

2025-12-14
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Compleet

(kompleet) volledig; nagenoeg

2025-12-14
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Compleet

volledig.

2025-12-14
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Compleet

volledig, ongeschonden.

2025-12-14
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Compleet

adj., folslein; adv., kant; het waseen wonder, it wie kant in wûnder.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-14
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

compleet

volledig, voltallig; ongeschonden.