Wat is de betekenis van Commissaris?

2020
2021-07-31
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

commissaris

Het begrip commissaris heeft 5 verschillende betekenissen: 1) taakhouder met regeringsgezag. iemand die voor zijn beroep een bepaalde taak heeft die politiek-maatschappelijk, vaak controlerend, van aard is en die voor die taak enig regeringsgezag draagt. 2) politiecommissaris. iemand die voor zijn beroep het hoofd is van een politie-...

Lees verder
2019
2021-07-31
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

commissaris

commissaris - Zelfstandignaamwoord 1. (beroep) een persoon die zitting heeft in een commissie van toezicht b.v. iemand die namens de aandeelhouders belast is met het toezicht op en het adviseren van de directie van een onderneming - Helft commissarissen vindt dat een bonus bij topfuncties een "perver...

Lees verder
2018
2021-07-31
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

commissaris

commissaris - zelfstandig naamwoord uitspraak: com-mis-sa-ris 1. politiechef ♢ de commissaris benoemde de nieuwe agenten 2. iemand die namens anderen toezicht houdt ♢ hij is benoemd tot commissa...

Lees verder
2017
2021-07-31
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Commissaris

Commissaris - functionaris die het verloop van een wedstrijd moet volgen en die toeziet of het reglement wordt gerespecteerd. Fr. commissaire; Eng. official, clerk of the course (baanwedstrijden).

2009
2021-07-31
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

commissaris

Functionaris die het verloop van een wedstrijd moet volgen en die toeziet of het reglement wordt gerespecteerd. Frans: commissaire; Engels: official; clerc of the course (baanwedstrijden). Bij de enige toegangsdeur tot de ijzeren kooi waakt de Duitser Jurgen Gallinge, commissaris van de internationale wielerunie (uci), verantwoordelijk voor de dopi...

Lees verder
2009
2021-07-31
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

commissaris

(de; -sen) - wedstrijdofficial, aangeduid door de UCI of een nationale federatie, die (het verloop van) een wed- strijd(onderdeel) moet volgen, toe moet zien op de reglementaire uitvoering ervan en overtredingen meldt, bv. wedstrijdcommissaris, koerscommissaris, baancommissaris, startcommissaris, bochtcommissaris, materiaalcommissaris, commissaris...

Lees verder
1993
2021-07-31
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Commissaris

(kommissaris) bestuurslid; gevolmachtigde

1991
2021-07-31
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Commissaris

Bestuurslid met een speciale toezichthoudende of beherende taak. Men kan commissaris ook vertalen met gemachtigde, een bestuurslid met een bijzondere machtiging, die binnen bepaalde grenzen zelfstandig optreden mogelijk maakt. Zie verder Aansprakelijkheid, Vennootschapsrecht, Naamloze vennootschap, Besloten vennootschap.

Lees verder
1990
2021-07-31
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

commissaris

commissaris - Overheidsbeambten die de leiding hebben over een afdeling of bureau van de overheid. De term kan ook verwijzen naar overheidsvertegenwoordigers in een district, provincie of andere eenheid, die vaak zowel administratieve als juridische plichten en bevoegdheden hebben.

1958
2021-07-31
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

COMMISSARIS

a. geestelijk C. of C.-generaal, gevolmachtigde van de aartsdiaken. Ook de inquisiteur Lindanus trad als C.-generaal op, terwijl Sonnius en Letmate pauselijk C. waren en Kempo van Martena keizerlijk C.; b. in de 16de-18de eeuw gemachtigde uit en door Hof van Frl. of Ged. Staten, tot het opnemen van bepaalde waterstaatkundige werken, het horen van p...

Lees verder
1955
2021-07-31
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Commissaris

gelastigde, gevolmachtigde; bestuurder van een sociëteit, club, enz.; lid van het bestuur of van het college van toezicht van een vereniging, vennootschap; commissaris der koningin: hoofd van bestuur van een provincie in ons land

1952
2021-07-31
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Commissaris

s., kommissaris.

1950
2021-07-31
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Commissaris

(<Lat.), m. (-sen), 1. gelastigde, gevolmachtigde, persoon van wie enig regeringsgezag is overgedragen : een hoge commissaris ; — Commissaris der Koningin, vertegenwoordiger der Koningin in een provincie, voorzitter van de Provinciale en Gedeputeerde Staten ; — commissaris van politie, in vele steden de ambtenaar die chef der politie...

Lees verder
1949
2021-07-31
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Commissaris

functionaris, die meestal bij N.V. voorkomt. Ten minste twee derde van het aantal C. moet door algemene vergadering worden benoemd (art. 50c W. v. K.). Taak: toezicht op het bestuur; adviseren van het bestuur; soms machtiging tot belangrijke bestuursdaden. Het verrichten van beheerdaden wordt wel aan enige der C. opgedragen: deze noemt men dan gede...

Lees verder
1948
2021-07-31
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

commissaris

m. gelastigde, volmachthebbende: (ook:) bezorger, aantekenaar v. brieven, goederen enz. a. d. veren; bestuurslid v. e. sociëteit, club enz.; lid v. e. college v. toezicht of advies v. e. naamloze vennootschap, maatschappij of onderneming.

1933
2021-07-31
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Commissaris

toezichthoudend bestuurslid b/e vereeniging, N.V., coöperatie, enz.

1933
2021-07-31
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Commissaris

Commissaris - (bedrijfseconomisch; Ned. Recht). Deze functie bij de N.V. beteekent: steun verleenen aan het bestuur, door adviezen of op andere wijzen bevorderen van de bestuurstaak; goedkeuren van belangrijke bestuurs- of beheersdaden, waartoe een meer dan formeel kennisnemen noodzakelijk is; leiden en inlichten van de alg. vergadering van aandeel...

Lees verder
1916
2021-07-31
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Commissaris

Commissaris - In het algemeen: gevolmachtigde, hij, aan wien een opdracht is gegeven. Bij naaml. vennootsch., coöperatieve vereenig., enz. vormen commissarissen, zoo zij er zijn, een college belast met toezicht op het beheer, vaak ook met het geven van advies, toestemming of machtiging aan bestuurders (zie artt. 43,44,52, 63, 54 K.,art. 9 wet Coöp....

Lees verder
1910
2021-07-31
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Commissaris

Commissaris - gemachtigde,vertegenwoordiger, hij, die aangesteld is, om toezicht te houden op de daden en handelingen van anderen. Zoo worden bij de naamlooze vennootschappen veelal door de aandeelhouders een zeker aantal commissarissen benoemd. De wet stelt de aanstelling van deze personen niet verplichtend bij de naamlooze vennootschappen, maar g...

Lees verder
1898
2021-07-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Commissaris

COMMISSARIS, m. (-sen), gelastigde, volmachthebber (van eene regeering); — commissaris der Koningin, de vertegenwoordiger der Koningin in , de provinciën, voorzitter van de Provinciale en Gedeputeerde Staten; — commissaris van politie, in vele steden de ambtenaar die chef der politie is; — rechter-commissaris, zie aldaar;...

Lees verder