Wat is de betekenis van commerce?

2015
2022-05-16
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

commerce

handel (informeel) Mij maakt het niet zo gek veel uit, zolang Anderlecht maar kampioen wordt. Want da's goed voor de commerce! Dan wordt het hier op de dag van de kampioenenviering echt koppen lopen. (dagblad) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 5 Vlaamsheid: 3

Lees verder
1993
2022-05-16
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Commerce

(commersspel) kaartspel; handel (gew.)

1951
2022-05-16
Engels

Woordenboek Engels (1951)

Commerce

1 handel, verkeer; 2 omgang; 3 commerce.

Lees verder
1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Commerce

(Fr.), 1. m., (Zuidn.) handel; 2. o., kaartspel waarbij kaarten geruild worden, ook kleuren geheten.

Lees verder
1948
2022-05-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

commerce

(Fr.) 1 v. handel; 2 o. een kaartspel, het z.g. kleuren. commercen, soort kaartspel, kleuren.

Lees verder
1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

commerce

Fr., v. Lat. commercium, 1 m. (handel); 2 o. (zeker kaartspel).

Lees verder
1916
2022-05-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Commerce

Commerce - (Fr.), koophandel. Ook naam van een gezelschapsspel met kaarten, waarin de spelers onderling de kaarten met winstkans verkoopen, hier te lande ook kleuren en schacheren genoemd.

1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Commerce

COMMERCE, o. (Zuidn.) handel; — zeker kaartspel waarbij kaarten geruild worden, ook kleuren geheeten,

Lees verder
1864
2022-05-16
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

commerce

commerce - m. gmv. zeker kaartspel