Wat is de betekenis van collectief?

2019
2021-07-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

collectief

collectief - Zelfstandignaamwoord 1. meerdere groepen die onder één noemer worden aangesproken, groep samenwerkende personen, samenwerkingsverband - Het collectief van gemeenten wilde een onderzoek instellen. - Volgende week start De Coöperatie, een nieuw co...

Lees verder
2018
2021-07-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

collectief

collectief - zelfstandig naamwoord uitspraak: col-lec-tief 1. groep samenwerkende mensen ♢ de kunstenaars met deze stijl vormden samen een collectief Zelfstandig naamwoord: col-lec-tief het collectief ...

Lees verder
1993
2021-07-28
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Collectief

(kollektief) gemeenschappelijk; werkgroep

1981
2021-07-28
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Collectief

gezamenlijk, gemeenschappelijk. Collectieve veiligheid: een aantal landen verplichten zich tot wederzijdse bijstand om gezamenlijk de vrede te bewaren (Verenigde Naties). Als zelfstandig naamwoord: 1. samenwerkingsverband op meestal politieke grondslag; 2. verzameling, kudde, zwerm.

Lees verder
1955
2021-07-28
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Collectief

gezamenlijk, gemeenschappelijk; collectief glas: verzamelglas van stralen, ter versterking van een brandglas

1950
2021-07-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Collectief

(<Fr.-Lat.), I. bn. bw., gemeenschappelijk, gezamenlijk, voor of als een geheel geldend: een collectief ontslag ; collectieve betekenis, naam ; — collectieve arbeidsovereenkomst (c.a.o.), overeenkomst tussen een of meer werknemersorganisaties ener- en een of meer werkgeversorganisaties anderzijds, ter vaststelling van de regels die de bij...

Lees verder
1948
2021-07-28
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

collectief

1 aj. verzamelend, samenvattend; gezamenlijk; gemeenschappelijk; ~ glas, o. verzamelglas (ter versterking v. e. brandglas); 2 o. verzamelwoord.

1910
2021-07-28
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Collectief

Collectief - gezamenlijk, gemeenschappelijk.

1898
2021-07-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Collectief

1. COLLECTIEF, bn. bw. gemeenschappelijk een collectief ontslag; — eene collectieve beteekenis, naam, die van een collectief; — collectief ontslag indienen, te zamen. 2. COLLECTIEF, o. (...tieven), verzamelnaam collectivum.

Lees verder
1864
2021-07-28
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

collectief

collectief - bn. verzamelend, gemeenschappelijk, te zamen