Wat is de betekenis van Citadel?

2019
2021-07-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

citadel

citadel - Zelfstandignaamwoord 1. (bouwkunde) (militair) versterking die een vestingstad domineert, hetzij om de inwoners van die stad onder bedwang te houden, hetzij om weerstand te kunnen blijven bieden als de rest van de stad mocht vallen Het Carlton, een luxehotel tegenover de Citadel, is weg: op...

Lees verder
1994
2021-07-27
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Citadel

[Fr. citadelle, van lt. cittadella, verklw. van cittade, van Lat. civitatem, 4e naamval van civitas = stad] (mil.) kleine vesting bij stad.

1994
2021-07-27
Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Citadel

Citadel [Lat. civitas, versterkte plaats], 1. Afzonderlijk te verdedigen deel van een vesting, bedoeld als reduit, dat wil zeggen de laatste toevlucht voor de bezetting om de weerstand zo lang mogelijk te rekken. 2. `Dwangburcht', van waaruit de stedelijke bevolking in bedwang kon worden gehouden. In 's Hertogenbosch bestaat nog de citadel Papenbri...

Lees verder
1993
2021-07-27
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Citadel

vestingwerk

1985
2021-07-27
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

CITADEL

versterkte plaats, deel van een vesting; ook wel aangelegd als dwangburcht tegen stadsoproer. Bekend is de citadel van Antwerpen, verdedigd tijdens de Belgische opstand door generaal Chassé tot in 1832. ’s-Hertogenbosch heeft nog zijn citadel, Papenbril, uit omstreeks 1630; het nieuwe tehuis van het Rijksarchief Noord-Brabant.

1981
2021-07-27
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Citadel

de extra versterkte, vaak hoger gelegen kern van een fortificatie, b.v. een ommuurde en door forten omringde stad.

1981
2021-07-27
Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Citadel

[verkl. van het Ital. città, <Lat. civitas. versterkte plaats]. 1. afzonderlijk te verdedigen deel van een vesting, bedoeld als reduit, d.i. als laatste toevlucht voor de bezetting, om de weerstand zo lang mogelijk te rekken; 2. dwangburcht, tegen stadsoproer. Onder keizer Karel v en zijn opvolgers werden in de Nederlanden tal van dwangbu...

Lees verder
1955
2021-07-27
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Citadel

burcht, kleine vesting bij een stad.

1950
2021-07-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Citadel

(<Fr.), v. (-len), sterkte, vestingwerk in of nabij een stad gelegen en deze beheersend.

1949
2021-07-27
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Citadel

(van het Italiaanse verkleinwoord citadella - stadje), naam voor een sterk fort, bij een grote stad; toevluchtsoord bij een belegering. Zo liet Alva een citadel te Antwerpen oprichten.

1948
2021-07-27
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

citadel

v. burcht, kleine stadsvesting.

1933
2021-07-27
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Citadel

sterkste punt v/e vesting of versterkte plaats.

1933
2021-07-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Citadel

Citadel - burcht in of onmiddellijk naast een vestingstad; gelegen op een punt, vanwaar men de stad en veelal mede een belangrijken toegang kon beheerschen. Reeds in de Oudheid was de c. (dikwijls de koningsburcht) het laatste verdedigingswerk bij belegeringen; bij oproeren konden van uit de c. projectielen in de stad worden geslingerd of werd op a...

Lees verder
1928
2021-07-27
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Citadel

is de naam van het sterkste punt binnen een vesting of in de onmiddellijke nabijheid hiervan. Meestal is het een kasteel. De citadel had in vroegeren tijd bij het oorlogvoeren een tweeledig doel: in de eerste plaats moest zij aan de verdedigers van een belegerde stad een laatste toevlucht bieden, wanneer de muren en wallen der stad door den vijand...

Lees verder
1921
2021-07-27
Levende taal

T. Pluim - 1921

Citadel

van ’t It. cittadella: verkleinw. van citta — stad.

1916
2021-07-27
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Citadel

Citadel - Kleine gesloten vesting, binnen eene grootere, welke tot toevlucht kan dienen voor de bezetting van laatstgenoemde, en dus de aanvallers tot eene tweede belegering dwingt. Somtijds had de citadel ook ten doel de bevolking van eene stad, in geval van oproer, in toom te houden.

1898
2021-07-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Citadel

CITADEL, v. (-len), burcht, sterkte, kasteel; —MEDAILLE, v. ter herinnering aan de verdediging van de citadel van Antwerpen.

Lees verder
1870
2021-07-27
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Citadèl

Citadèl, afkomstig van het Italiaansche verkleinwoord cittadella (stadje), is de gebruikelijke naam van een overheerschend sterk fort, dat zich bij eene groote bevestigde plaats bevindt en tot toevlugtsoord kan dienen voor de bezetting van laatstgemelde. Tevens was zij van ouds geschikt, om de inwoners eener nabijgelegene, volkrijke stad in toom te...

Lees verder
1864
2021-07-27
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

citadel

citadel - v. (citadellen), burgt, sterkte, kasteel