Wat is de betekenis van Cijns?

2019
2022-01-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

cijns

cijns - Zelfstandignaamwoord 1. (economie) indirecte belasting Verwante begrippen schatting, census, accijns

Lees verder
1994
2022-01-22
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Cijns

[v. Lat. census = aantekening van personalia en bezit van iedere Rom. burger, hoofdgeld, belasting, van censere = schatten] belasting. (Vgl. accijns.).

1993
2022-01-22
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Cijns

belasting

1973
2022-01-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

cijns

[→Lat. census, heffing], m. (cijnzen), 1. tijns of tins, schatting (e); 2. jaarlijkse belasting, →census; 3. de regels en gewoonten die dit recht regelen. (e) Cijns was oudtijds een veel voorkomende benaming voor een periodieke betaling, verschuldigd wegens het recht om een onroerend goed in gebruik te hebben. Wanneer goederen ten cijn...

Lees verder
1955
2022-01-22
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Cijns

schatting, belasting

1952
2022-01-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Cijns

S; rinte, tins.

1950
2022-01-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Cijns

(<Lat.), m. (cijnzen), 1. schatting, belasting. 2. (Zuidn.) grondrente, erfpacht: dat huis staat op cijns.

Lees verder
1949
2022-01-22
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Cijns

schatting.

1937
2022-01-22
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

cijns

m. cijnzen (Lat. census: schatting; belasting).

1933
2022-01-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Cijns

Cijns - Vergoeding, die de hoorige aan den heer (cijnsheffer) moest betalen voor het gebruik van gronden. De cijnsplichtigen van denzelfden heer vormden wel een eigen rechtskring met een eigen cijnsgerecht (tijnsgerecht), dat voorgezeten werd door den heer of diens vertegenwoordiger (de voorzitter trad tevens op als rechtsvorderaar), terwijl recht...

Lees verder
1919
2022-01-22
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Cijns

mnl. cijns, uit het lat. census, schatting, belasting, van een ww. censeo, oordeelen, schatten. Zooals bij accijns vermeld is, had het woord invloed op den vorm en de bet. van dat woord, en is het zelf somtijds daardoor in een gewijzigde bet. gebruikt. Nu is in N.-Ned. het woord cijns in zijn eigenlijke bet., evenals de samenstellingen cijnsbaar, c...

Lees verder
1916
2022-01-22
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Cijns

Cijns - tijns of tins, grondrente. Naar hedendaagsch recht wordt de grondrente betaald niet aan maar door den grondeigenaar, evenals de — nu afgeschafte tienden — betaald werden door den grondeigenaar of diens huurder. Het verschil tusschen grondrente en tiende is, dat de grondrente uit een vast, onveranderlijk bedrag van geld, gewassen, boter, han...

Lees verder
1910
2022-01-22
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Cijns

Cijns - schatting, belasting.

1898
2022-01-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Cijns

CIJNS, m. (cijnzen), schatting, belasting; — (Zuidn.) erfpacht dat huis staat op cijns.

Lees verder
1898
2022-01-22
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Cijns

zie Belasting.

1870
2022-01-22
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Cijns

zie Schatting.