Wat is de betekenis van Casual?

2026-07-19
Op-en-top Nederlands

Frens Bakker, Els Ruijsendaal, Paul Uljé, Dick van Zijderveld (2022)

casual

(bijvoeglijk naamwoord) [alg.] informeel, quasi-nonchalant,...

2026-07-19
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

casual

(1988) (< Eng. `gemakkelijk zittende vrijetijdskleding')...

2026-07-19
Jargon & Slang van Voetballers

Marc De Coster (2017)

Casual

Casual - (Eng.) de nettere variant van de hooligan;...

2026-07-19
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

casual

casual - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: kes-ju-wel 1....

2026-07-19
Woordenboek van Neologismen

Marc de Coster (1999)

Casual

Casual - (Eng. ‘gemakkelijk zittende vrijetijdskleding’),...

2026-07-19
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Casual

[Eng.] nonchalant, quasi-onverzorgd, los, slordig; veel...

2026-07-19
Geneeskundig woordenboek (EN-NL)

dr. mr. W. Schuurmans Stekhoven (1949)

casual

toevallig, traumatisch.

2026-07-19
Spaans woordenboek (SP-NL)

Dr. C.F.A. van Dam (1948)

Casual

toevallig, wisselvallig, onzeker, casueel.

2026-07-19
Prisma Spaans-Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)

2026-07-19
Prisma Engels-Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)

2026-07-19
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)

2026-07-19
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)