Wat is de betekenis van Bus (busje)?

1998
2021-03-02
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Bus (busje)

1. - voor menheer, stoel omdraaien, borstelen Jan, uitdr. ontleend aan het kappersvak, waarmee een kapper aan zijn personeel meedeelt dat een klant een fooi (in de bus of pot) gegeven heeft. Vandaar ook als grappige reactie op een onverwachte gebeurtenis of situatie, in de zin van ‘die zit; daar kun je het mee doen’. Ook wel verkort tot bus voor me...

Lees verder