Bus
v. (-sen), 1. doos van blik, ijzer, koper enz., meest cylindervormig en meer hoog dan breed, geschikt om iets in te bewaren: een bus voor koffie, thee, suiker, cacao; een bus in een kolenbak (bus ook wel = kolenkit); blik voor verduurzaamde groenten: groente uit de bus; een busje zalm; — (zegsw.) dat slui...