Wat is de betekenis van Bureau?

2021
2022-05-16
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Bureau

Een bureau is een gebouw dat dient als kantoor van een organisatie. Het kan ook een tafel zijn waar men aan werkt. Het meest bekende bureau is het politiebureau, dit is het gebouw waar men naar toe moet om aangifte te doen en waar alle politiezaken worden geregeld. "Nadat Tom een blaastest had gedaan bleek dat hij teveel had gedronken. Hij moest d...

Lees verder
2020
2022-05-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

bureau

(1900) (euf.) toilet. Syn.: Jules*; Thomas*, Winston* Churchill. • (Jozef Cornelissen & Jan Baptist Vervliet: Idioticon van het Antwerpsch dialect. 1900) • ... In Zuid -Nederland naar (Calvien) Bernard gaan, naar Portugal, naar den bureau gaan... (F.A. Stoett: Nederlandsche speekwoorden en gezegden. 1943) • (P. Kemp...

Lees verder
2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bureau

bureau - Zelfstandignaamwoord 1. een werkmeubel voor administratief- en studiewerk Met twee computers staat mijn bureau behoorlijk vol. 2. een (politie)kantoor Je kunt aangifte doen op het bureau. Woordherkomst Afkomstig van het Franse...

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bureau

bureau - zelfstandig naamwoord uitspraak: bu-reau 1. gebouw of kamer met een kantoor daarin ♢ je moet dit melden bij het bureau bevolking 2. tafel die bestemd is om aan te schrijven ♢ hij maakt...

Lees verder
1993
2022-05-16
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Bureau

schrijftafel; gebouw van een instelling; kantoor waar de administratie gevoerd wordt

1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bureau

[Fr.], o. (-s), 1. schrijftafel met loketten en laden om papieren e.d. op te bergen; bureau-ministre, een bureau zonder kop en klep; 2. kantoor waar een administratie wordt gevoerd: het van een dagblad; het bureau in een schouwburg, waar plaatskaarten te krijgen zijn; afdeling: het bureau onderwijs (op een gemeentehuis); 3. gebouw van zekere tak...

Lees verder
1970
2022-05-16
Antiek encyclopedie

De grote encyclopedie van antiek

Bureau

(Fr., afgeleid van bure = grove trijp, en du bureau — uit deze stof bestaande), oorspronkelijk een dekkleedje dat men op tafel legde, zowel als ondergrond als tegen inktspatten: vervolgens benaming van een schrijflessenaar die met deze slof was bekleed (bureau pupitre). Het verschil in betekenis tussen ‘bureau" en het later gebezig...

Lees verder
1955
2022-05-16
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Bureau

o., kantoor; kamer voor ambtsbezigheden; schrijftafel

1954
2022-05-16
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Bureau

voor de Inlandse Koffies van Ruanda-Urundi (O.C.I.R.U. = Office des Cafés Indigènes du Ruanda-Urundi), te Usumbura; Robusta-Koffie-Bureau (O.C.R. = Office du Café Robusta), te Leopoldstad; Bureau voor Landbouwproducten te Costermansstad (O.P.A.C. = Office des Produits Agricoles de Costermansville), te Bukavu; Bureau voor de Va...

Lees verder
1951
2022-05-16
Engels

Woordenboek Engels (1951)

Bureau

1 bureau; 2 latafel, bureau; 3 schrijftafel.

Lees verder
1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bureau

o. (Zuidn. m.) (-’s), 1. schrijftafel met loketten tot berging van papieren ; — een bureau-ministre, een bureau zonder kop en klep ; 2. kantoor waar een administratie wordt gevoerd: het bureau van een dagblad ;het bureau in een schouwburg, waar plaatsbiljetten te krijgen zijn; — afdeling: het bure...

Lees verder
1948
2022-05-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

bureau

o. schrijftafel; schrijfvertrek, kamer voor de ambts-bezigheden, kantoor.

1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bureau

o. bureau’s, bureautje (Fr. [Lat. bura = wollen stof; eig. met wollen stof bedekte schrijftafel]: 1 schrijftafel [met vakken]; 2 afdeling; 3 kantoor voor ambtswerkzaamheden; 4 gebouw; kamer van een tak van dienst; 5 het personeel, dat in een bureau werkt; 6 voorzitter en secretaris van een vergadering, vereniging): 1. een bureau-ministre; 2....

Lees verder
1910
2022-05-16
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Bureau

Bureau - schrijfvertrek van ambtenaren, het vertrek of kantoor waar men een zaak administreert.

1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bureau

BUREAU, o. (-’s), schrijftafel met loketten tot berging van papieren; — een bureau-ministre, een bureau zonder kop en klep; — kantoor waar eene administratie wordt gevoerd het bureau van een dagblad; — afdeeling; het gebouw van zekeren tak van dienst bureau van politie; — naar ’t bureau brengen, opbrengen; pos...

Lees verder
1864
2022-05-16
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

bureau

bureau - o. (bureaus), kantoor; schrijltatel, -vertrek; voorzitter en secretaris in eene vergadering