Wat is de betekenis van burcht?

2020
2021-07-27
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

burcht

Het begrip burcht heeft 2 verschillende betekenissen: 1) versterkt kasteel. kasteel zoals dat voornamelijk in de middeleeuwen gebouwd werd, dat toendertijd behalve voor bewoning ook dienst deed als versterkte vesting en dat daartoe uitgerust is met dikke, hoge, van kantelen voorziene muren en torens met schietgaten en vaak omringd is door ee...

Lees verder
2020
2021-07-27
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Burcht

Zie Burghard

2019
2021-07-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

burcht

burcht - Zelfstandignaamwoord 1. kasteel, plaats versterkt met een gracht, aarden wal en/of zware stenen muren De Beurs van Berlage is een beetje somber gebouw – meer een donkere burcht dan een modernistisch bouwwerk. De nieuwe, ondergrondse publieksruimte, het resultaat van een forse verbouwing, ver...

Lees verder
2018
2021-07-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

burcht

burcht - zelfstandig naamwoord 1. groot, middeleeuws gebouw met dikke muren ♢ de ridder woonde in een burcht Zelfstandig naamwoord: burcht de burcht de burchten het burchtje...

Lees verder
1992
2021-07-27
Symbolen

Hans Biedermann

burcht

Sinds het Oude Testament is de vesting symbolisch voor Gods bescherming: Psalm 144, 1-2: ‘Geprezen zij de Here, mijn rots (...) mijn goedertierenheid en mijn vesting, mijn burcht en mijn bevrijder, mijn schild en bij wie ik schuil, die volken aan mij onderwerpt.’ Volgens Johannes Chrysostomus moet het geloof de christen als een gebouw m...

Lees verder
1990
2021-07-27
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

burcht

burcht - Gebouwen of groepen van gebouwen die hoofdzakelijk zijn bedoeld als versterkte verblijfplaats voor een prins of edelman.

1973
2021-07-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Burcht

Burcht - vm. Belg. gemeente in de prov., het arr. en de agglomeratie Antwerpen, op de linkeroever van de Schelde, 4,35 km2, 6700 inw. Hoewel er 62 % woonforensen zijn is de inkomende forensenstroom nog groter door de belangrijke nijverheid: aluminium-, scheepsbouw- en celbetonbedrijf, bouw- en meubelnij verheid.Per 1.1.1977 werd Burcht een deel van...

Lees verder
1952
2021-07-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Burcht

s., boarch, stins.

1950
2021-07-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Burcht

m. (-en), 1. sterk kasteel, slot, versterkte plaats ; 2. (fig.) bolwerk : burchten van het kapitalisme; toevluchtsoord : een vaste burcht is onze God.

Lees verder
1933
2021-07-27
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Burcht

Middeleeuwsch versterkt geb.

1933
2021-07-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Burcht

Burcht - (Burg), versterkte plaats, vooral in de middeleeuwen, woonplaats van een ridder of landheer. Veelal op een hoogte, ook wel in het water, aangelegd; omgeven met muren (waarin kanteelen, schietgaten en poorten) en grachten, waarover een ophaalbrug. Het eigenlijke woonhuis had een of meer torens, een ridderzaal, vertrekken voor huiselijk verb...

Lees verder
1926
2021-07-27
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Burcht

I. Wordt gebruikt van natuurlijke vestingen, ontoegankelijke hoogten en holen van het Joodsche gebergte, voornamelijk van de naar de Doode Zee heenvoerende bergpassen. Deze dienden (Richt. 6 : 2) (waar Luther hetzelfde woord door vestingen overzet) tot toevluchtsoord voor de Midianieten; maar voornamelijk voor David (1 Sam. 22 : 4 ook 1 Kron. 12 :...

Lees verder
1916
2021-07-27
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Burcht

Burcht - een in het algemeen door wallen, grachten en muren omgeven bevestigde plaats; in de middeleeuwen een verdedigbaar kasteel. Zie KASTEEL.

1898
2021-07-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Burcht

BURCHT, m. (-en), sterk kasteel, slot (ook BURG); stad met hare versterkingen; versterkte plaats; toevluchtsoord een vaste burcht is onze God; ...DEUR, v. (-en); ...HEER, m. (-en); ...GRACHT, v. (-en); ...PLEIN, o. (-en); ...POORT, v. (-en); ....VROÜW, v. (-en); ...ZAAT, m. (...zaten), burchtbewoner, inz. bezetting van een burcht.

Lees verder
1898
2021-07-27
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Burcht

zie Burg.