Wat is de betekenis van Buitensporig?

2019
2022-08-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

buitensporig

buitensporig - Bijvoeglijk naamwoord 1. buiten alle maten, enorm Die buitensporige reactie werd hem erg kwalijk genomen. Daarbij wordt er buitensporig geweld gebruikt en onnodig veel schade toegebracht. Kinderen zien hun ouders op brute wijze en zonder to...

Lees verder
2018
2022-08-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

buitensporig

buitensporig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: bui-ten-spo-rig 1. heel anders dan normaal ♢ ze heeft altijd buitensporig veel commentaar Bijvoeglijk naamwoord: bui-ten-spo-rig ... is buitensporiger dan ... ...

Lees verder
1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Buitensporig

bn. en bw. (-er, -st), het gewone bestek te buiten gaande, onmatig, onredelijk, verbazend: buitensporige schatten, ontwerpen; bw.: buitensporig hoge prijzen, (sterker dan) buitengewoon; onmatig, losbandig: een buitensporig gedrag.

1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Buitensporig

adj. & adv., bûtenspoarich, grouwélich, mâl, oerdwealsk, ûnfoech, ûnhuerich, ûnmeugend; het is —, it giet, rint oer de hege skuon, it is tsjin ’e klippen op, oan, it is yn it ûnnutte.

1950
2022-08-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Buitensporig

bn. bw. (-er, -st), het gewone bestek te buiten gaande, onmatig, onredelijk, verbazend: buitensporige schatten, ontwerpen ; bw.: buitensporig hoge prijzen, (sterker dan) buitengewoon ; — onmatig, losbandig : een buitensporig gedrag.

1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

buitensporig

bn., bw. (het spoor, het gewone, te buiten gaande: 1 onredelijk, onmatig, verbazend; 2 losbandig): 1. buitensporige prijzen: 2. een buitensporig gedrag.

Lees verder
1921
2022-08-18
Levende taal

T. Pluim - 1921

Buitensporig

letterlijk: buiten het (gewone) spoor zijnde.

1898
2022-08-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Buitensporig

BUITENSPORIG, bn. bw. (-er, -st), (fig.) het gewone bestek te buiten gaande, onmatig, onredelijk, verbazend: buitensporig hooge prijzen, (sterker dan) buitengewoon; — onmatig, losbandig: een buitensporig gedrag. BUITENSPORIGHEID, v. (...heden), die buitensporigheden zijn hem duur te staan gekomen.

Lees verder