Wat is de betekenis van buitenlander?

2020
2020-11-01
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

buitenlander

Het begrip buitenlander heeft 3 verschillende betekenissen: 1) bezoeker uit het buitenland. iemand die een bezoek aflegt aan een land waar diegene oorspronkelijk niet vandaan komt; iemand die uit het buitenland komt. 2) inwoner van vreemde komaf. iemand die oorspronkelijk uit een ander land komt dan waar hij voor lange tijd woonachti...

Lees verder
2020
2020-11-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

buitenlander

buitenlander - Zelfstandignaamwoord 1. iemand die in het buitenland woont, of iemand afkomstig uit het buitenland - Zowel Belgen als buitenlanders moeten straks tolgeld betalen op de grote doorgaande wegen in Vlaanderen. - Je wordt wel steeds met de neus op het...

Lees verder
2020
2020-11-01
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

buitenlander

1) (1974) (Barg.) onbekend soort sleutel. • (Enno Endt & Lieneke Frerichs: Bargoens Woordenboek. 1974) • Het bargoense 'buitenlander' is overigens geen scheldwoord, maar vakjargon: inbrekers duiden er een bepaald type sleutel mee aan. (Nieuwsblad van het Noorden, 26/02/1992) 2) (1989) (Delft, stud.) student in...

Lees verder
2004
2020-11-01
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

buitenlander

Neutrale, academische term voor de vroegere ‘gastarbeider’; doorgaans iemand uit het Middellandse-Zeegebied. De term is niet helemaal correct vermits de betrokkene vaak de Nederlandse of Belgische nationaliteit bezit. Wie politiek correct denkt, opteert voor de term medelander*'. In vroeger eeuwen was ‘uitlander’ de standaardbenaming. Een vaste au...

Lees verder
1999
2020-11-01
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Buitenlander

Buitenlander - pejoratieve aanduiding voor een persoon, afkomstig uit het Middellandse-Zee-gebied; hetgeen wij vroeger een gastarbeider noemden. Een immigrantenwijk, toen en nu, waar de buurtwinkeltjes zijn overgenomen door wat de autoriteiten zo hardnekkig ‘buitenlanders’ blijven noemen maar wat natuurlijk allang Amsterdammers zijn. Avenue, oktobe...

Lees verder
1994
2020-11-01
Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

buitenlander

buitenlander - zelfstandig naamwoord uitspraak: bui-ten-lan-der 1. iemand die uit een ander land komt ♢ je kunt aan zijn spreken horen, dat het een buitenlander is Zelfstandig naamwoord: bui-ten-lan-der de buitenland...

Lees verder
1916
2020-11-01
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

buitenlander

buitenlander - m. (-s), vreemdeling.