Wat is de betekenis van Buitenhoek?

1981
2023-01-30
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Buitenhoek

de hoek die samen met een der hoeken van een driehoek 180° vormt,

1973
2023-01-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Buitenhoek

m. (-en), 1. hoek aan de buitenzijde van een voorwerp; 2. hoek of wijk ver van het middelpunt van een gemeente; 3. hoek gevormd door een zijde en het verlengde van de aanliggende zijde: in elke driehoek is een buitenhoek gelijk aan de som van de niet-aanliggende binnenhoeken; 4. (bij de snijding van twee (evenwijdige) lijnen door een derde recht...

Lees verder
1950
2023-01-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Buitenhoek

m. (-en), 1. hoek aan de buitenzijde van een voorwerp ; 2. hoek of wijk ver van het middelpunt van de gemeente; 3. (meetk.) hoek gevormd door een zijde en het verlengde der aanliggende zijde: in elke driehoek is een buitenhoek gelijk aan de som der niet-aanliggende binnenhoeken; — (bij de snijding van twee evenwijdige lijnen door and...

Lees verder
1930
2023-01-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

buitenhoek

('buitәn) m. (-en) hoek buiten iets anders gelegen nl. 1. hoek aan de buitenzijde : de van het oog. 2. Meetk. hoek buiten de figuur gelegen. Tgst. binnenhoek. 3. wijk buiten een stad of dorp.

Lees verder
1898
2023-01-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Buitenhoek

BUITENHOEK, m. (-en), hoek aan de buitenzijde van een voorwerp; — (Zuidn.) hoek of wijk ver van het middelpunt van de gemeente; — (meetk.) hoek gevormd door eene zijde en het verlengde der aanliggende zijde in elken driehoek is een buitenhoek gelijk aan de som der niet aanliggende binnenhoeken; — (bij de snijding van twee evenwi...

Lees verder