Buiging
v. (-en), 1. afwijking van de rechte lijn, kromming, bocht: de weg maakt hier een buiging ; 2. verdraaiing: buiging van de arm; een buiging maken, hoofd en bovenlichaam buigen als uiting van eerbied of als beleefde groet; 3. wijziging van toon: een buiging der stem; zijn stem heeft veel buiging, is zeer buigzaam en los; 4. (taalk.) het -wijzigen...