Wat is de betekenis van buffet?

2020
2021-09-21
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

buffet

Het begrip buffet heeft 4 verschillende betekenissen: 1) wandmeubel in een eetkamer. breed wandmeubel in een eetkamer dat ongeveer de hoogte heeft van een aanrecht en dat voorzien is van laden en kastjes waarin het servies en tafelgoed worden opgeborgen. Soms wordt dressoir als synoniem genoemd in woordenboeken, maar buffet en dressoir zi...

Lees verder
2019
2021-09-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

buffet

buffet - Zelfstandignaamwoord 1. meubelstuk waarin men tafelgoed en -zilver opbergt 2. (kookkunst) tafel met allerlei etenswaar die je zelf kunt uitkiezen en pakken (lopend buffet, wandelbuffet) Een Zweeds kerstdiner is volgens de traditie een rijkelijk gevarieerd buffet met zowel warme als koude ger...

Lees verder
2018
2021-09-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

buffet

buffet - zelfstandig naamwoord uitspraak: buf-fet 1. lage kast met kranen, waar bier uit komt ♢ we dronken een biertje aan het buffet 2. lage kast voor bestek en servies ♢ de borden staan in het...

Lees verder
2010
2021-09-21
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

buffet

buffet: synoniem voor de bevoorrading van de renners; men spreekt van 'gesloten buffet' wanneer tijdens de eerste vijftig en de laatste twintig kilometer de renners geen drank of voedsel mogen halen bij de volgwagens.

1994
2021-09-21
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Buffet

1 [Fr. buffet] kasttafel voor het opbergen van porselein e.d. 2 [Fr. buvette, van boire = drinken, Lat. bibere] tafel met dranken en lichte spijzen, spec. op stations, in schouwburgen e.d.

Lees verder
1993
2021-09-21
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Buffet

bergmeubel voor porselein e.d.; tapkast met toonbank

1988
2021-09-21
Klein hotelvademecum

Klein hotelvademecum

Buffet

1) Toonbank waar o.m. koude en warme, al dan niet alcoholvrije dranken te verkrijgen zijn (ook: Refreshment bar). 2) Een met koude en warme gerechten opgemaakte tafel, waarbij de gasten zichzelf bedienen, bijv. ontbijtbuffet, Scandinavisch buffet.

Lees verder
1981
2021-09-21
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Buffet

1i. een kast waarin het eet- en tafelgerei bewaard wordt; ook de tapkast in cafés; 2. een koud buffet staat bij feestelijke gelegenheden klaar; ieder kan zichzelf bedienen van koude spijzen en belegde broodjes.

Lees verder
1973
2021-09-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Buffet

[Fr.], o. (-ten), 1. meubelstuk waarin men tafelgoed en -zilver bergt ; 2. tapkast met toonbank in cafés e.d.; (ook) gelegenheid tot het verstrekken van dranken en eetwaren in dergelijke inrichtingen; 3. het beheer van een buffet als onder 2: het buffet verpachten; wat brengt het op?; 4. koud -, koude maaltijd tijdens een bijeenkomst in p...

Lees verder
1970
2021-09-21
Antiek encyclopedie

De grote encyclopedie van antiek

Buffet

de latere vorm van het oude credensmeubel met zijn achterschot in combinatie met het dressoir. Het buffet is meestal een kastmeubel in twee gedeelten, onder- en bovenkast, waarbij het bovenste deel hetzij achteruitspringt of slechts bestaat uit een achterschot met een al dan niet mede door vooraan geplaatste stutten gedragen overhuiving boven het h...

Lees verder
1955
2021-09-21
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Buffet

schenktafel; koffiekamer

1952
2021-09-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Buffet

s.n.; (in café), taep, tape.

1948
2021-09-21
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

buffet

o. schenktafel, aanrechttafel, tafelkast; verversingslokaal, koffiekamer.

1916
2021-09-21
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Buffet

Buffet - (Louis Joseph), Fransch staatsman, geb. te Mirecourt 1818, overl. te Parijs 1898; advocaat, werd in 1848 tot afgevaardigde gekozen, hetzelfde jaar minister van landbouw en handel, en nogmaals in 1851; na den staatsgreep van 1851 hield hij zich tot 1868 buiten de politiek, werd daarna weder lid der Kamer en in 1870 minister van finantiën in...

Lees verder
1898
2021-09-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Buffet

BUFFET, o. (-s, -ten), een meubelstuk in eene eetkamer waarin men het tafelgoed en -zilver bergt en waarin of waarop de wijn, het dessert enz. gezet wordt; schenktafel; — (w. g.) aanrechtbank; — tapkast met toonbank in koffiehuizen, stations enz.; — het beheer van zulk een buffet: het buffet verpachten; wat brengt het buffet op ?...

Lees verder
1864
2021-09-21
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

buffet

buffet - o. (buffetten), schenktafel, tafelkas; aanrichtbank, schenkkamertje (in koffiehuis, concertzaal enz.); wat brengt het buffet op? het buffet is verpacht voor buffetjuffrouw, v. (buffetjuffrouwen), die doorgaans in het buffet bedient, limonadière

Lees verder