Wat is de betekenis van bucht?

2020
2022-06-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

bucht

rommel. ondeugdelijke of vieze waar; rommel; troep. Voorbeelden: Ze denkt niet dat haar broers al eens een drug hebben geproefd. Het gaat hen - vooral Toine dan - om het principe van de vrijheid. 'Maar komt met die bucht niet in mijn huis,' had haar moeder gezegd. Geertrui Daem, Koud, 2001 Zijn spaghetti was é...

Lees verder
2020
2022-06-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

bucht

1) (16e eeuw) (Barg.) geld. Ook wel: bocht. • Bucht: ghelt. (Anoniem: Der fielen, rabauwen, oft der schalcken vocabulaer. 1563) • De schipper en de verhakkelde krijgsknecht, aan de tafel, spraken in. den Hollandschen tongval; zij spraken de dieventaal, want de molenaar verstond dat zij „after” iemand zochten met &...

Lees verder
2015
2022-06-25
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

bucht

rommel Hij was een seconde van plan om de pruik zelf 'ns uit te testen, maar bedacht zich. Zijn eigen kapsel was veel te prachtig om het uit model te laten brengen door zo'n lelijk stuk synthetische bucht. (Herman Brusselmans, Guggenheimer wast witter) Geen Algmeen Nederlands Gangbaarheid: 2 Vlaamsheid: 3

Lees verder
1955
2022-06-25
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Bucht

(Barg.) geld