Wat is de betekenis van bruut?

2022
2022-11-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

bruut

(1990+) (jeugd) goed. • (Partydrugs ABC in de Volkskrant, 29/11/1997) • (Wim Daniëls: Vet! Jongerentaal nu en vroeger. 2004)

Lees verder
2019
2022-11-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bruut

bruut - Zelfstandignaamwoord 1. iemand die nietsontziend en gewelddadig optreedt Die vent is een echte bruut. bruut - Bijvoeglijk naamwoord 1. nietsontziend en gewelddadig Zelfs het bruutste optreden vermocht de opstand niet neer te slaan....

Lees verder
2018
2022-11-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bruut

bruut - bijvoeglijk naamwoord 1. ruw en gewelddadig ♢ die vrouw kan niet meer tegen zijn brute gedrag Bijvoeglijk naamwoord: bruut ... is bruter dan ... het bruutst de/het brute...

Lees verder
1993
2022-11-27
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Bruut

ruw; gewelddadig mens; in natuurlijke staat

1973
2022-11-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bruut

[Gr. brut, Lat. brutus, zwaar], I. bn. en bw. (bruter, -st), 1. gewelddadig, stompzinnig ruw: brute mensen; met geweld; bruut optreden; 2. (bouwkunde) rustiek; brute steen, natuursteen of gebakken steen, aan de voorzijde min of meer ruw gehakt; II. zn. m. (bruten), ruw, beestachtig mens.

Lees verder
1937
2022-11-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bruut

1. bn. (ruw, lomp): een brute vent; fig. bruut geweld; 2. m. bruten (beestachtig ruw mens; ruwbast).

Lees verder
1930
2022-11-27
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

bruut

(‘bru:t) 1. bn. en bw. (bruter, -st) lomp en ruw, beestachtig : wat een brute vent; geweld. 2. m. en v. (bruten ) bruut mens.

Lees verder