Wat is de betekenis van brutaal?

2019
2021-10-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

brutaal

brutaal - Bijvoeglijk naamwoord 1. geen respect hebbend voor iets of iemand Wat ben jij toch een arrogante en brutale jongen! 2. vrij in het uiten van zijn gemoed Er was geen vrijheid van meningsuiting in dat arme land, maar de brutale man vertelde al zij...

Lees verder
2018
2021-10-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

brutaal

brutaal - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: bru-taal 1. met te weinig respect voor anderen, erg onbeleefd ♢ brutaal vroeg hij om een taartje 1. zo brutaal als de beul [heel erg brutaal] ...

Lees verder
1980
2021-10-25
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Brutaal

Men zou niet zo dadelijk op de gedachte komen, maar ons woord brutaal is verwant met het aan het Italiaanse brutto ontleende woord bruto, waaronder men verstaat: het onzuivere gewicht van koopwaar, dus met inbegrip van de verpakking of: de opbrengst zonder aftrek van de onkosten. Toch is het verband duidelijk. Het Latijnse brutus betekent: zwaar, l...

Lees verder
1978
2021-10-25
Germanismen in het Nederlands

Dr. S. Theissen

Brutaal

In het Nederlands betekent brutaal ‘onbeschoft’ of ‘stout’. Soms wordt het echter ook gebruikt in de zin van ‘ruw’, ‘bruut’. Sommigen (zoals het WNT) beschouwen dit als een gallicisme (F. ‘brutal’), anderen (zoals Van Dale) als een germanisme (D. ‘brutal’). Waarschijnlijk hebbe...

Lees verder
1973
2021-10-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Brutaal

[Fr. brutal, beestachtig], bn. en bw. (brutaler, -st), 1. onbeschoft, zonder respect voor iets of iemand: een brutale straatbengel; een brutaal antwoord geven; houd je brutale mond; 2. meer dan vrijmoedig: een paar brutale kijkers; de brutalen hebben de halve wereld, de stoutmoedigen gelukt veel; hij is zo als de beul, in hoge mate brutaal; (in so...

Lees verder
1952
2021-10-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Brutaal

adj. & adv., brutael, boas yn ’e mûle, mounich, bekstallich; brutale meid, brutaeltsje (it); dom en -, domdivelich; de brutalen hebben de halve wereld, de ûnskeamele hat it tredde diel fan 'e wrâld.

1898
2021-10-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Brutaal

BRUTAAL, bn. bw. (brutaler, -st), onbeschoft, zonder respect voor iets of iemand: een brutale straatbengel; een brutaal antwoord geven; houd je brutalen mond; — een paar brutale kijkers, meer dan vrijmoedig; de brutalen hebben de halve wereld, den stoutmoedigen gelukt veel; — hij is zoo brutaal als de beul, in hooge mate brutaal; &mda...

Lees verder
1864
2021-10-25
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

brutaal

brutaal - bn. en bijw. (brutaler, brutaalst), onbeschoft, stout, grof