Broodje
o. (-s), 1. klein brood: fijne broodjes; kadetje of snede brood: een broodje met kaas; vgl. amandel-, saucijzebroodje; — ook voor een (half) brood; ― zegsw. : het is net zo goed, of je bij de bakker om een broodje komt, het zijn vaste prijzen, afdingen baat niet; — (spr.) zoete broodjes bakken, toegeven, een minder hoge toon aanslaan; i...