Wat is de betekenis van Brommerig?

2024-07-21
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-21
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Brommerig

adj., brommerich, grânz(er)ich, grommelich, holderich.

2024-07-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Brommerig

bn. bw., 1. op brommende wijze; 2. knorrig, ontevreden.

2024-07-21
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

brommerig

('brommərəch) bn. en bw. (-er, -st) → brommig.

2024-07-21
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Brommerig

bn. en bw., 1. op brommende wijze: een brommerig geluid; 2. knorrig, ontevreden, humeurig: een baas die brommerig is.

2024-07-21
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Brommerig

BROMMERIG, bn. bw. brommig, gemelijk, knorrig, ontevreden.

Gerelateerde zoekopdrachten