Wat is de betekenis van brief?

2022
2022-08-08
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

brief

(1712) (inf.) vrouwelijk geslachtsdeel. O.a. in het werk van de 18e eeuwse schrijver S. van Rusting. Vgl. andere metaforen voor iets dat inhoud kan bevatten: brievenbus*; doos*; envelop*; portemonnee*. • Hij duwde met zijn knie haar benen van elkaar en zette zijn zegel op haar brief. (P. Aretino: Schijnheilige praktijken. Erotische...

Lees verder
2019
2022-08-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

brief

brief - Zelfstandignaamwoord 1. een geschreven bericht van een persoon naar een ander, meestal in een omslag per post verzonden - Je moet nog een brief naar Tessa sturen. - Er worden steeds minder brieven geschreven sinds er e-mail is. brie...

Lees verder
2018
2022-08-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

brief

brief - zelfstandig naamwoord 1. geschreven boodschap aan iemand ♢ ik schrijf mijn moeder een brief 1. een brief op poten [een boze, duidelijke brief] 2. dat geef ik je op een b...

Lees verder
2009
2022-08-08
Literatuur

Geschreven door J.A. Dautzenberg

brief

Brieven van schrijvers hebben soms grote literaire (en zeker literair-historische) waarde; soms is het zelfs zo dat brieven geschreven zijn met oog op een eventuele latere publicatie. Met name in de 18e eeuw waren er enkele zeer belangrijke briefschrijvers, zoals Madame de Sévigné (Lettres, 1725) en Lord Chesterfield (Letters to his son, 1774). De...

Lees verder
1990
2022-08-08
BDI

BDI terminologie

brief

geschrift waarin de geadresseerde persoon of instelling rechtstreeks wordt aangesproken met mededelingen en/of vragen.

1983
2022-08-08
Lexicon van Nederlandse archieftermen

Lexicon van Nederlandse archieftermen

Brief

Een brief is een geschrift, naar de vorm bestemd om aan degene, aan wie het gericht is, iets mede te delen. De definitie is gelijkluidend aan N.A.T. nr. 16. Zie ook briefwisseling en circulaire. Het gebruik van de term "brief” in de zin van akte is verouderd. Een ambtelijke brief noemt men ook wel een "missive”.

Lees verder
1977
2022-08-08
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

brief

brief - vrouwelijk geslachtsdeel (vgl. de mann. pendant potlood, pen). Catryntje wiert berispt, dat 's aan de brief liet ruiken, Wel (zey ze) mach ik dan myn eygen niet gebruiken?, s. v. RUSTING. Werken 1,303 [ 1712].(Hij) duwde met zijn knie haar benen van elkaar en zette zijn zegel op haar brief, Sch. P. 110 [1970].

Lees verder
1973
2022-08-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Brief

[Lat. brevis, nl. epistola, korte brief], m. (brieven), 1. (vroeger) schriftelijk bewijsstuk, akte, oorkonde (vgl. geloofs-, koop-, last-, vracht-, schuldbrief): brieven van adeldom; (zegsw.) hij heeft de oudste brieven, kan de oudste rechten doen gelden; (handelsterm) brieven uit de hand, wissels die nog niet uitgegeven zijn of geen afnemers gevon...

Lees verder
1952
2022-08-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Brief

s., brief (de & it), letter, skriuwen (it); — waarin iets wordt afgeschreven (vooral verkering), ôfskriuwer; brieven schrijven, briefkje, brief-, brieveskriuwe; perdoen weten, brievje.

1951
2022-08-08
Engels

Woordenboek Engels (1951)

Brief

I kort, beknopt; in brief, kortom; in 't kort; to be brief, om kort te gaan; II uittreksel; instructie over de hoofdpunten van een rechtszaak; (pauselijke) breve; instructies; hold no brief for..., ik ben hier niet om de belangen te bepleiten van... ; III in hoofdpunten samenvatten; een zaak in handen geven; instrueren.

Lees verder
1950
2022-08-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Brief

m. (brieven), 1. (oudtijds) schriftelijk bewijsstuk, akte, oorkonde (vgl. Geloofs-, Koop-, Last-, Vracht-, Schuldbrief): brieven van adeldom; — (zegsw.) hij heeft de oudste brieven, kan de oudste rechten doen gelden; (hand.) brieven uit de hand, wissels die nog niet uitgegeven zijn of geen nemers gevonden hebben,...

Lees verder
1937
2022-08-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

brief

m. brieven (Lat. breve [scriptum] = kort [geschrift]: 1 schriftelijk bewijsstuk; akte; oorkonde; 2 schriftelijke toespraak of mededeling inz. in couvert en met een adres voorzien; letteren; 3 los stukje papier, waarop een mededeling, bericht enz. staat); 1. een koopbrief, schuldbrief, geloofsbrief, vrachtbrief; zegsw. de oudste brieven hebben, de m...

Lees verder
1933
2022-08-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Brief

Brief - (Lat. brevis = kort). A) Middel tot geestesverkeer bij lichamelijken afstand. Geschiedenis. De b. is zoo oud als het schrift; Oud BabyIonië en Assyrië, Egypte schreven er; Oude Testament voorb. David aan Joab aangaande Urias. Klassieken o.a. Cicero, Plinius Jr., Nieuwe Testament: Paulus en andere apostelen; ook komen er voor in...

Lees verder
1928
2022-08-08
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Brief

is evenals brevier afgeleid van het Latijnse woord brevis, dat kort of beknopt betekent (Frans: bref). Nu, deze eigenschap geldt niet voor alle brieven. Al is het schrijven van ellenlange brieven misschien niet zó meer in de mode als een 50 jaar geleden, toch kunnen wij (en dan vooral de vrouwelijke „wij”) ook nog soms, evenals o...

Lees verder
1926
2022-08-08
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Brief

(uit het Latijnsch brevis, breve = oorkonde, manifest). I. In de oorspronkelijke beteekenis, oorkonde, voor: koopoorkonde (Jer. 32 : 10), huwelijkscontract (Tob. 7 : 16), schuldoorkonde (Luc. 16 : 7), volmacht (Hand. 9 : 2), koninklijk edict (Esther 1 : 22; 2 Kon. 10 : 1 v.v.), schriftelijk opgeteekend goddelijk bevel (Ezech. 2 : 9 v.v.; Zach; 5 :...

Lees verder
1916
2022-08-08
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Brief

Brief, van het Lat. brevis (n.1. epistola), oorspr. op hout of was, ook op ostraka (scherven), soms ook op looden plaatjes, later op papyrus, nooit op perkament. Maten: 10 c.M. breed bij 20 hoog. De papyrusbrief werd opgerold of gevouwen; het adres in ’t eerste geval op den buitenkant, rechts en links van het met een draad omwonden midden; bij gewi...

Lees verder
1910
2022-08-08
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Brief

Brief - een gesloten geschrift aan een ander, in de plaats tredende van een mondelinge behandeling van zaken. Brieven gelden bij het gerecht voor bewijs, tenzij het tegenbewijs geleverd worde. De koopman is volgens de wet verplicht de brieven, die hij ontvangt, te bewaren en van die, welke hij afzendt, een copie te houden, W. v. K. art. 7. Bij fail...

Lees verder
1898
2022-08-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Brief

BRIEF, m. (brieven), (oudtijds) schriftelijk bewijsstuk, aan iemand uitgereikte akte, oorkonde. (Zie nog GELOOFSBRIEF, LASTBRIEF,

1870
2022-08-08
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Brief

Brief, afkomstig van het Latijnsche woord brevis (kort, beknopt), is in de meest algemeene beteekenis eene schriftelijke mededeeling aan één of meer afwezenden, en alzoo de plaats­vervanger van een mondelijk onderhoud. Daar de brieven op alle menschelijke omstandighe­den betrekking kunnen hebben, zoo bestaan er verschillende soorten. Men hee...

Lees verder
1573
2022-08-08
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Brief

Literae, tabellae, scheda, epistola, epistolium. sax. breue: ital. breue. vulgò breue, breuis. Breue (inquit Vitus Amerpachius in suis Annotationibus in Constitutiones Caroli Magni) quo vocabulo adhuc vtuntur Pontifices Romani, puto Germanicum esse, ac significare literas.

Lees verder