Breuk
v. (-en), 1. het breken, verbreking van de samenhang der delen; 2. zichtbare scheiding in of op een gebroken voorwerp; een meer alg. ben. dan barst, scheur of reet: het glas, de muur heeft een breuk ; (van metalen en mineralen) vlak waarlangs een stuk er van gebroken is: deze stof is schilferig, schelpachtig, glasachtig, korrelig op de br...