Synoniemen van Brak

2019-10-18

Brak

Brak is zowel een mengeling van zoet en zout water als een gevoel van algehele misère dat veroorzaakt wordt door ziekte. Vaak zeggen mensen dat ze brak zijn als ze tot laat uit zijn geweest en veel hebben gedronken. De volgende dag hebben ze dan last van een kater, wat ook wel als een brak gevoel wordt omschreven. Brak water komt voor op plaatsen waar zoet water overloopt in zout water. De brakheid van het water wordt bepaald door het zoutgehalte in dat water. Er zijn verschillende dier- en pla...

2019-10-18

brak

Het begrip brak heeft 6 verschillende betekenissen: 1) zoutachtig, ziltig van smaak, en daardoor minder geschikt als drinkwater, vooral door vermenging met zeewater in de getijdengebieden, maar ook door bederf bij langdurige stilstand in stilstaande poelen en veenplassen; met zout water vermengd 2) middelgrote hond met een elegante, slanke lichaamsbouw, een bruine vacht met witte tekeningen, een spitse kop met ronde, afhangende oren en een uitstekende reukzin die vooral wordt ingezet om wild te...

2019-10-18

Brak

Brak - Utrechtse term voor dronken. Herkomst onbekend.

2019-10-18

brak

brak - Zelfstandignaamwoord 1. een jachthond die gebruikt wordt voor de jacht op lopend wild Er zijn verschillende hondenrassen die als brakken gebruikt worden. brak - Bijvoeglijk naamwoord 1. met een zoutgehalte dat tussen zout en zoet in ligt Die sloot bestaat uit brak water. 2. braak liggend De brakke grond kon worden gebruikt om hui...

2019-10-18

brak

brak - bijvoeglijk naamwoord 1. met een beetje zeewater erdoor ♢ dit water is niet zoet, maar brak Bijvoeglijk naamwoord: brak de/het brakke ...

2019-10-18

Brak

Brak - jachthond, die luid jaagt en het wild (hazen) lang vervolgt en het ten slotte bij den jager brengt. De meest bij ons voorkomende b. is de Duitsche b. Paarsgewijze gekoppeld neemt men de b. mee op de jacht en zij worden losgelaten als men wild op het spoor is.

2019-10-18

brak

brak - m. (-ken), 1. jachthond die lopend wild zoekt en volgt, drijfhond; 2. (fig.) snuffelaar, iemand die achter geheimen probeert te komen.