Wat is de betekenis van Box?

2022
2022-05-17
vindpunt

Vindpunt.nl

box

(zelfstandig naamwoord) [alg.] doos, bak, pak, kist, korf; postvakje; postbus - Tja, een doos, een bak, een pak. Hoe wil je het noemen? [media] luidspreker, luidsprekerkast; dooscamera; babbelplek - De nieuwe luidsprekers van B&W zijn verschrikkelijk.... Laat me uitspreken. Mooi! [baby] kinder-ren - Zet het kind even in zijn kinder-ren....

Lees verder
2020
2022-05-17
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

box

(1984) (breakdancers) grote draagbare radio, waarvan de muziek erg luid in het openbaar wordt gespeeld. Ook wel: boombox* of gettoblaster*. • Box: Draagbare stereo-radiotaperecorder. (Verklarende woordenlijst hip-hop-cultuur in Het Parool, 28/08/1984)

Lees verder
2019
2022-05-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

box

box - Zelfstandignaamwoord 1. een doos 2. met name een kast met een of meer luidsprekers, een geluidsbox of luidsprekerbox De boxen stonden nog op een hard volume. 3. een, vaak van hout gemaakt, min of meer vierkant meubelstuk omlijst door spijlen met een leuning erop waarin een baby of pe...

Lees verder
2018
2022-05-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

box

box - zelfstandig naamwoord 1. vloertje met rek eromheen voor kleine kinderen ♢ als je die baby in de box zet, kan hij nergens heen 2. kastje met luidspreker erin ♢ bij de nieuwe geluidsinstallatie horen twee...

Lees verder
2003
2022-05-17
Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Box

Een box is goed voor baby's. Een box is niet nodig maar wel handig voor ouders om een kind in te zetten als je even je handen vrij wilt hebben en zekerheid wilt over de veiligheid van je kind. Een box is een veilige, tochtvrije plaats voor een baby. Aan de spijltjes kan een baby zich leren optrekken, maar dat kan ook aan een stoel of tafelpoot. Een...

Lees verder
1994
2022-05-17
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Box

[Eng. = eig.: kist] alles wat iets kan bevatten of omsluiten; doos; brievenkastje voor particulieren op postkantoor (postbox); loge in schouwburg; stalling voor één paard; stalling voor één auto; babybox.

1993
2022-05-17
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Box

luidspreker; loophek voor kleine kinderen; stalling; brievenbus

1981
2022-05-17
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Box

kastje, ook afzonderlijke ruimte in stallen en garages.

1973
2022-05-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Box

[Eng.], m. (-en), 1. afgeschoten stalling voor een paard in een stal; af geschoten plaats voor een auto in een garage; afgeschoten zitje in een café; 2. postbus; 3. loophek voor kleine kinderen; 4. zie boxcamera.

Lees verder
1972
2022-05-17
OHS1

Oosthoek Encyclopedie supplement

Box

m. (-en), (ook: speakerbox), luidspreker in doosvormige behuizing.

1971
2022-05-17
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Box

Box - ligplaats voor een jacht in een jachthaven, gemarkeerd door palen of steigers.

1955
2022-05-17
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Box

doos ; brievenbus ; stalling voor een paard of auto; kleedkamer.

1954
2022-05-17
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Box

is een omheinde ruimte, waarin één of enkele dieren los lopen. De b. heeft het voordeel boven de stal, dat de dieren meer beweging krijgen. Merries, die moeten veulenen, stieren, zieke koeien, koeien met pijnlijke achterbenen, die op de grupstal moeilijk kunnen staan en ook jongvee doet men vaak in een b. Ideaal zou zijn, wanneer alle...

Lees verder
1950
2022-05-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Box

(Eng.), v. (-en), 1. afgeschoten stalling voor één paard in een stal; afgeschoten plaats voor één auto in een garage; — afgeschoten zitje in een café; 2. postbox ; 3. loophek voor kleine kinderen.

Lees verder
1948
2022-05-17
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

box

(Eng.) v. doos; brievenbus; schouwburgloge; stalafdeling voor één paard; garageafdeling voor één auto; loophek.

1937
2022-05-17
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

box

v. boxen (Eng. doos, brievenbus; stalafdeling voor één paard; hek, waarbinnen een klein kind kan spelen).

1933
2022-05-17
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Box

Box - (Eng.) beteekent doos, koffer, hokje, afdeeling, loge; in het algemeen: kleine afgezonderde ruimte. Een kinderbox of looprek bestaat uit een meestal opvouwbaar hekwerk van ca. 60 cm hoogte, dat een oppervlakte van 1 à 1½ m in het vierkant omsluit. In deze ruimte kan het kind zich vrij en veilig bewegen: het heeft voldoende geleg...

Lees verder
1916
2022-05-17
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Box

1e. Doos, brievenbus. 2e. Stalling voor één paard (onderdeel van een paardenstal.

Lees verder
1898
2022-05-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Box

BOX, v. stalling voor een paard; — brievenbus voor particulieren.

Lees verder