Synoniemen van bouwsel

2019-12-13

bouwsel

bouwsel - Zelfstandignaamwoord 1. (schertsend) iets wat gebouwd is maar niet heel nuttig of degelijk is „We hebben een stuk grond van 10 bij 18 meter, met daarop een blokhut van 3 bij 4. Eigenlijk is het best zonde dat al die eilanden volgebouwd raken, met bouwsels in alle kleuren van de regenboog. Maar dat krijg je, de gemeente heeft al decennia duidelijke regelgeving verzuimd. Woordherkomst Naamwoord van handeling van bouw...

2019-12-13

bouwsel

bouwsel - zelfstandig naamwoord uitspraak: bouw-sel 1. minachtende benaming voor bouwwerk of gebouw ♢ het bouwsel dat Marijn maakte zakte na drie dagen in elkaar Zelfstandig naamwoord: bouw-sel het bouwsel de bouwsels

2019-12-13

Bouwsel

BOUWSEL, o. (-s), (minachtend) gebouw, wat gebouwd is.

2019-12-13

bouwsel

bouwsel - o. (-s), (meestal minachtend) gebouw, dat gebouwd is; ook fig.