Wat is de betekenis van bouwen?

2026-10-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Bouwen

I. BOUWEN (bouwde, heeft gebouwd), 1....

2026-10-14
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

bouwen

(1918) (Utrecht) een praatje maken. • bouwen, een praatje...

2026-10-14
Nederlandse Voornamenbank

Meertens Instituut (2020)

Bouwen

Zie Boudewijn

2026-10-14
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

bouwen

bouwen - Werkwoord 1. (ov), (bouwkunde) een constructie...

2026-10-14
Vastgoedmanagement

Willem G. Keeris (2018-2019)

Bouwen

Bouwen is het algemeen gehanteerde, niet gespecificeerde...

2026-10-14
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

bouwen

bouwen - regelmatig werkwoord uitspraak: bou-wen 1. maken...

2026-10-14
Lexicon voor de kunstvakken

Wouter van Boesschoten, Wieneke van Breukelen, Ton Konings m.m.v Henriette Coppens, Eefje Lonis, Jos van Waterschoot & Simon Wienke (2002)

bouwen

Bouwen is het samenvoegen van losse ruimtelijke onderdelen...

2026-10-14
Dromen encyclopedie

Fink (1998)

Bouwen

Degene die iets bouwt, wil in de waaktoestand vooruitkomen....

2026-10-14
Recht voor z'n raap

Rouke G. Broersma (1970)

Bouwen

draaien.

2026-10-14
Voornamenboek

Dr. Johannes van der Schaar (1964)

Bouwen

m -> Boudewijn (Ze.).

2026-10-14
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Bouwen

vrouwenrok (17de eeuw)

2026-10-14
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Bouwen

v., bouwe, sette.

‘bouwen’ komt ook voor in deze premiumwerken

Bekijk het volledige resultaat via het betreffende premiumwerk.