Wat is de betekenis van bouwen?

2024-07-14
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-14
Nederlandse Voornamenbank

Meertens Instituut (2020)

Bouwen

Zie Boudewijn

2024-07-14
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

bouwen

bouwen - Werkwoord 1. (ov), (bouwkunde) een constructie oprichten door het samenvoegen van onderdelen Dit kasteel werd in de dertiende eeuw gebouwd. 2. (inerg) ~ op: zich verlaten op, vertrouwen op Iemand waarop je kunt bouwen is een betrouwbaar pe...

2024-07-14
Vastgoedmanagement

Willem G. Keeris (2018-2019)

Bouwen

Bouwen is het algemeen gehanteerde, niet gespecificeerde begrip, waarmee het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vergroten, vernieuwen, of veranderen van een bouwwerk wordt aangeduid. Zie ook: bouwwerk. Het begrip is niet eenduidig gedefinieerd. Zo wordt het ook wel omschreven als het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieu-we...

2024-07-14
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

bouwen

bouwen - regelmatig werkwoord uitspraak: bou-wen 1. maken uit losse onderdelen ♢ hij bouwt een huis 1. een feestje bouwen [een feestje organiseren] 2. je kunt op h...

2024-07-14
Lexicon voor de kunstvakken

Wouter van Boesschoten, Wieneke van Breukelen, Ton Konings m.m.v Henriette Coppens, Eefje Lonis, Jos van Waterschoot & Simon Wienke (2002)

bouwen

Bouwen is het samenvoegen van losse ruimtelijke onderdelen tot een stevig geheel.

2024-07-14
Dromen encyclopedie

Fink (1998)

Bouwen

Degene die iets bouwt, wil in de waaktoestand vooruitkomen. Maar er kunnen onder het bouwen ook moeilijkheden ontstaan. Deze moeilijkheden betekenen voor het werkelijke leven de problemen, die men niet zo gemakkelijk de baas kan worden. Dienovereenkomstig zijn problemen snel opgelost, wanneer datgene wat men bouwt, klein en vertederend is. Wordt he...

2024-07-14
Recht voor z'n raap

Rouke G. Broersma (1970)

Bouwen

draaien.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-14
Voornamenboek

Dr. Johannes van der Schaar (1964)

Bouwen

m -> Boudewijn (Ze.).