Wat is de betekenis van Boterbriefje?

2024-06-17
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-17
AI woordenboek

ChatGPT (2023)

boterbriefje

Een boterbriefje is een informeel document, meestal een brief, gebruikt om een informeel of ongebonden verzoek te doen, vaak in een formele setting. De term boterbriefje wordt vaak gebruikt in de politiek of zakenwereld, waar het document wordt gebruikt om een gunst te vragen of een voorstel te doen. De term verwijst naar de oorspronkelijke bet...

2024-06-17
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

boterbriefje

1) (1899) (sch.) trouwakte. Het woord is een vertaling van het Latijnse 'literae butyricae' en werd oorspronkelijk gebruikt in de zin van een aflaatbrief, een vergunning die door de kerk gegeven werd aan de eigenaar van zo'n brief om tijdens de vastenperiode boter, kaas, eieren en vlees te eten. Ook het Duitse 'Butterbrief' heeft de betekenis van v...

2024-06-17
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

boterbriefje

boterbriefje - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord boterbrief

2024-06-17
Jargon & Slang van Soldaten

Marc De Coster (2017)

Boterbriefje

Boterbriefje - aankondiging dat men ontslag moet vragen. In de burgermaatschappij betekent het trouwakte. Oorspronkelijk een aflaatbrief van de kerk waarmee men toestemming kreeg om tijdens de vastendagen boter, kaas, eieren en vlees te eten.

2024-06-17
Pierewaaien (Quiz)

Genootschap Onze Taal (2001)

boterbriefje

Hoe komt het boterbriefje aan zijn naam? a Boter in boterbriefje is afkomstig van het werkwoord boteren, dat heel vroeger ‘verloven’ betekende. Dit woord komt ook voor in de uitdrukking ‘Het botert goed tussen hen.’ b Een boterbriefje was een vergunning om in de vastentijd zuivelproducten te mogen eten....

2024-06-17
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Dr. E. Schröder (1980)

Boterbriefje

Onder boterbriefje verstaat men in de volksmond: trouwakte. Z’n boterbriefje gaan halen is dus: in het huwelijk treden; getrouwd zijn zonder boterbriefje is synoniem met: in concubinaat leven. Oorspronkelijk is een boterbrief een aflaatbrief, namelijk een verklaring, door de kerk afgegeven, waarin stond dat de eigenaar vergunning had in vaste...

2024-06-17
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

boterbriefje

o. boterbriefjes (scherts, officieel stuk: belastingbiljet, trouwbewijs; rekening): O.-I. een boterbriefje krijgen, een wenk, om ontslag te nemen.

Wil je toegang tot alle 10 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-17
Nederlandse spreekwoorden

F.A. Stoett (1923-1925)

Boterbriefje

Onder het boterbriefje verstaat men in den volksmond de trouwakte, het familieboekje (zie o.a. Falkl. VI, 180); vandaar getrouwd zijn zonder boterbriefje, in concubinaat leven, hokken. Het is eene schertsende benaming voor zekere aflaatbrieven, die vergunning gaven om in de vastendagen boter, kaas, eieren en vleesch te e...