Wat is de betekenis van bosaap?

2020
2021-03-07
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

bosaap

ongemanierd of verwilderd persoon. iemand die zich uitermate ongemanierd gedraagt of die er verwilderd uitziet. Voorbeelden: Na W-i is de bosaap, zoals we hem noemden, heftig te keer gegaan tegen de aktivisten, onder meer tegen zijn kollega, mijn oud-leraar Nederlands, Frans Van den Weghe, auteur van een studie over de Oostendse rede...

Lees verder
2020
2021-03-07
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

bosaap

1) (1952) (scheldw.) erg behaard persoon; iemand die lijkt op een aap.Vaak met de onderliggende gedachte van 'dom'. • Ja, die bosaap van een Fons kon waarachtig raak schieten. (Bert van Aerschot: Ik leefde gisteren. 1952) • Dat moet een gezicht geven: een bosaap met een broske en een madonna met een blonde pruik onder...

Lees verder