Wat is de betekenis van Borrel?

2023-04-02
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

borrel

borrel - Zelfstandignaamwoord 1. klein glaasje met sterke drank, gedistilleerd jenever|Jenever is een bekende borrel in Nederland. 2. bijeenkomst waar ook alcoholische dranken worden geschonken Na het werk is er vrijdagmiddag een borrel van de zaak....

Lees verder
2023-04-02
Ewoud Sanders woordenboeken

Ewoud Sanders (2019)

Borrel

In een boek waarin ruim 76.000 woorden zijn gewijd aan de volksnamen voor borrel, mag het woord borrel zelf natuurlijk niet ontbreken. Bij geen van de wijdverbreide borrel namen worden alle dialectvormen en -schrijfwijzen gegeven, maar voor borrel maken we een uitzondering. Gevonden zijn: baurelletje, boarrel, boddel, bolletje, bolltje, boltjen, bo...

Lees verder
2023-04-02
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

borrel

borrel - zelfstandig naamwoord uitspraak: bor-rel 1. drankje met alcohol ♢ wil je ook een borrel? 1. een jonge borrel [jonge jenever] Zelfstandig naamwoord: bor-rel ...

Lees verder
2023-04-02
Culinair van a tot z

Peter Joh. M. Zuidweg (2016)

borrel

Verzamelnaam voor sterk-alcoholische dranken, die in hoeveelheden van 35 cc worden geschonken.

2023-04-02
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Borrel

s.; (bel, bobbel), bûl(e), bûlch, buorrel, boarrel, bobbel; (glaasje sterke drank), buorrel, boarrel, burrel, romerfol (it), sûpke (it), hapke (it), slok, slokje (it), hufke (it), wipke (it), wipperke (it).

2023-04-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Borrel

m. (-s), 1. glas sterke drank: een borrel nemen, pakken, drinken; — een stevige borrel drinken, stevig aan de borrel doen, vaak en veel sterke drank gebruiken; — hij is aan de borrel, hij drinkt te veel sterke drank; — een borrel te veel hebben, beschonken zijn; — het scheelt wel een slo...

Lees verder
2023-04-02
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

borrel

m. borrels, borreltje (glaasje sterkedrank inz. jenever): Piet dronk een redelijke borrel.

2023-04-02
Jozef Verschueren

Jozef Verschueren (1930)

borrel

m. (-s; -tje) [klnb.] glaasje sterkedrank inz. jenever: een stevige, flinke drinken.

2023-04-02
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Borrel

m. (-s), 1. glas sterke drank, veelal jenever: een borrel nemen, pakken, drinken; een stevige borrel drinken, stevig aan de borrel doen, vaak en veel sterke drank gebruiken; hij is aan de hij drinkt te veel sterke drank; een borrel te veel hebben, beschonken zijn; het scheelt wel een slok op een borrel, het scheelt heel veel; 2. borrelfles: bij ui...

Lees verder
2023-04-02
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Borrel

BORREL, m. (-s), een glas met sterken drank een borrel nemen (pakken), drinken; — een stevigen borrel drinken, stevig aan den borrel doen, vaak en veel sterken drank gebruiken; — hij is aan den borrel, hij drinkt te veel sterken drank; — een borrel te veel hebben, beschonken zijn; — hij doet alles om den borrel, om maar g...

Lees verder
2023-04-02
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Borrel

Borrel, m. (-s), *-TJE, (B. *-TJEN), o. (-s), slok (sterken drank); (water)bobbel, bel. *-EN, ow. gel. (ik borrelde, heb geborreld), vaak (sterken) drank gebruiken; eenen slok drinken, opborrelen. *-FLESCH, v. (flesschen), jenever-, brandewijnflesch. *...ING, v.(-en).

Lees verder
2023-04-02
Zeemans woordenboek

Jacob van Lennep (1865)

Borrel

z.n.m. - Letterlijk, een belletjen, dat uit den grond komt opborrelen; doch by toepassing, een glas geestrijk vocht.